door Noam Chomsky Z Magazine juli 2010
In brede kring wordt de dreiging door Iran gezien als de meest serieuze crisis in de buitenlandpolitiek van de regering Obama.
Generaal Petraeus informeerde in maart 2010 de Senaatscommissie voor de Strijdkrachten dat “het Iraanse regiem de voornaamste bedreiging voor de stabiliteit op staatsniveau vormt” in het gebied dat onder de verantwoordelijkheid van het Amerikaanse Centrale Commando in het Midden-Oosten en Centraal-Azië valt. Dit is de belangrijkste regio voor de Amerikaanse mondiale betrokkenheid. De term ‘stabiliteit’ wordt hier gebruikt in haar technische betekenis: stevig onder Amerikaanse controle. In juni 2010 heeft het Amerikaanse Congres nieuwe sancties tegen Iran goedgekeurd. Deze sancties bevatten nog hogere boetes voor buitenlandse bedrijven die met Iran handel drijven.
Ondertussen heeft de Obama-regering snel de Amerikaanse aanvallende capaciteit op het Afrikaanse eiland Diego Garcia uitgebreid. Op dit eiland in de Pacifische Oceaan, dat onder Brits bestuur valt, konden de Verenigde Staten een omvangrijke militaire basis bouwen. Deze basis wordt gebruikt voor aanvallen in het Centrale Commando Gebied. Voor de militaire functie van dit eiland is de oorspronkelijke bevolking verdreven. Bronnen in de Amerikaanse marine melden dat er een bevoorradingsschip naar het eiland is gestuurd om bijstand te verlenen aan nucleair aangedreven onderzeeërs. Deze onderzeeërs kunnen Tomahawkraketten, die nucleaire koppen kunnen dragen, afvuren. Er wordt gezegd dat elke duikboot een slagkracht heeft die vergelijkbaar is met die van een volledige gevechtseenheid van een vliegdekschip. Volgens een vrachtlijst van de Amerikaanse marine die de Sunday Herald (Glasgow) in bezit heeft gekregen, bevat de aanzienlijke militaire uitrusting die door Obama is verzonden 387 “bunkerverwoesters”. Deze worden gebruikt voor het opblazen van ondergrondse constructies van gewapend beton. De plannen voor het bijeenbrengen van dit “enorm zware geschut ”, de meest krachtige bommen in het nucleaire korteafstandswapenarsenaal, komen oorspronkelijk van de Bush-regering. De plannen lagen achter op schema, maar bij zijn ambtsaanvaarding heeft Obama deze onmiddellijk versneld en nu kunnen de wapens een aantal jaren eerder dan gepland worden ingezet, specifiek gericht op Iran.
“Ze laden zich helemaal op voor de vernietiging van Iran” aldus Dan Plesch, directeur van het Centrum voor Internationale Studies en Diplomatie aan de Universiteit van Londen. Volgens hem staan Amerikaanse bommenwerpers en langeafstandsraketten vandaag klaar om 10.000 doelen in Iran in een paar uur te vernietigen. “De vuurkracht van de Amerikaanse troepen is sinds 2003 verviervoudigd.” Het tempo is onder Obama opgevoerd.
De Arabische pers meldt dat een Amerikaanse vloot (met een Israëlisch schip) het Suezkanaal is gepasseerd op weg naar de Perzische Golf, waar het de taak heeft om “de sancties tegen Iran uit te voeren en om toezicht te houden op schepen die van en naar Iran komen en gaan.” Britse en Israëlische media melden dat Saoedi-Arabië een corridor voor de Israëlische bombardementen op Iran ter beschikking heeft gesteld (dit wordt overigens door Saoedi-Arabië ontkend).
Bij zijn terugkeer uit Afghanistan bezocht de Voorzitter van de Amerikaanse Stafchefs, admiraal Michael Mullen, Israël. Dit was om de NAVO-bondgenoten te verzekeren dat de Verenigde Staten na de vervanging van generaal McChrystall door zijn superieur generaal Petraeus op dezelfde koers zullen blijven. Admiraal Mullen ontmoette stafchef Gabi Ashkenazi en andere hooggeplaatste militairen van het Israëlische leger samen met vertegenwoordigers van de geheime dienst en van Israëlische planningseenheden. Zij zetten de jaarlijkse strategische dialoog tussen Israël en de Verenigde Staten voort. De vergadering richtte zich “op de voorbereiding van zowel Israël als de Verenigde Staten op de mogelijkheid dat Iran beschikt over kernwapens” aldus Haaretz. Deze meldde verder dat Mullen benadrukte dat hij de uitdagingen altijd vanuit een Israëlisch perspectief probeert te zien. Mullen en Ashkenazi hebben regelmatig contact met elkaar via een beveiligde lijn.
De toenemende dreigementen met militaire acties tegen Iran zijn, natuurlijk, in strijd met het Handvest van de Verenigde Naties. Ze zijn in het bijzonder een schending van de Veiligheidsraadresolutie 1887 van september 2009 waarin alle staten opnieuw worden opgeroepen om geschillen met betrekking tot nucleaire kwesties op vreedzame wijze in overeenstemming met het Handvest op te lossen. Het Handvest van de Verenigde Naties verbiedt gebruik van geweld en het dreigen daarmee.
Sommige analytici, die blijkbaar serieus genomen worden, beschrijven de Iraanse dreiging in apocalyptische termen. Amitai Etzioni waarschuwt dat “de Verenigde Staten Iran zullen moeten confronteren of het Midden-Oosten zullen moeten opgeven”, niet minder dan dat. Als het Iraanse nucleaire programma doorgaat, beweert hij, zullen Turkije, Saoedi-Arabië en andere staten richting de nieuwe “supermacht” Iran schuiven. Met andere woorden en met minder overspannen retoriek: een regionale alliantie zou zich onafhankelijk van de Verenigde Staten kunnen ontwikkelen. In het Amerikaanse legerblad Military Review dringt Etzioni aan op een Amerikaanse aanval die zich niet alleen richt op de nucleaire instellingen van Iran, maar ook op niet-nucleaire burgerlijke doelen zoals de infrastructuur. Dit soort militaire acties zijn verwant aan sancties die bedoeld zijn om ‘pijn’ toe te brengen om zo gedrag te veranderen, zij het dan met veel krachtigere middelen.
Wat is de dreiging precies?
Maar als je deze opruiende uitspraken terzijde laat, wat houdt dan de Iraanse dreiging precies in? Een gezaghebbend antwoord wordt gegeven door militaire rapporten en rapporten van inlichtingendiensten aan het Congres in april 2010 1). Het brute klerikale regiem vormt ongetwijfeld een bedreiging voor zijn eigen volk, al staat het wat dat betreft niet bijzonder hoog op de ranglijst, zeker niet als je het vergelijkt met de Amerikaanse bondgenoten in de regio. Maar dit is niet waar de militaire en veiligheidsrapporten over gaan. Die houden zich liever bezig met de bedreiging die Iran vormt voor de regio en de wereld.
De rapporten maken duidelijk dat de Iraanse dreiging niet militair is. De Iraanse militaire uitgaven zijn “relatief laag in vergelijking tot de andere landen in de regio” en minuscuul in vergelijking tot die van de Verenigde Staten. De Iraanse militaire doctrine is strikt “defensief (…) ontworpen om een invasie te vertragen en een diplomatieke oplossing voor de vijandelijkheden af te dwingen”. Iran heeft slechts “een beperkte capaciteit om geweld uit te oefenen buiten zijn grenzen.” En met betrekking tot de nucleaire optie stellen de rapporten: “Het nucleaire programma van Iran en zijn bereidheid om de mogelijkheid om kernwapens te gaan ontwikkelen open te houden is een centraal onderdeel van zijn preventieve strategie.”
Hoewel de Iraanse dreiging niet bestaat uit militaire agressie betekent dat nog niet dat het door Washington getolereerd kan worden. Het afschrikwekkend vermogen van Iran wordt beschouwd als een onrechtmatige uitoefening van soevereiniteit die de Amerikaanse wereldorde in de weg staat. In het bijzonder bedreigt het de Amerikaanse controle over de energiebronnen in het Midden-Oosten die sinds de Tweede Wereldoorlog altijd hoog op het prioriteitenlijstje van de plannenmakers hebben gestaan. Een invloedrijk persoon verwoordde wat iedereen al weet: controle over deze olievelden levert een “aanzienlijke controle over de wereld” op (A.A. Berle).
Maar de Iraanse dreiging gaat verder dan afschrikking. Iran wil ook zijn invloed uitbreiden. Volgens zijn huidige vijfjarenplan wil het zijn bilaterale, regionale en internationale betrekkingen uitbreiden en de banden met bevriende staten versterken om zo zijn defensieve en afschrikwekkende mogelijkheden te vergroten. Tegelijkertijd met dit plan wil Iran zijn status vergroten door zich te verzetten tegen de Amerikaanse invloed en door de banden met regionale medespelers uit te breiden uit naam van de Islamitische solidariteit.
Kortweg, Iran wil de regio “destabiliseren” in de technische zin van deze term, zoals gebruikt door Generaal Petraeus. De Amerikaanse invasie en militaire bezetting van de buurlanden van Iran heet “stabilisatie”. De Iraanse pogingen om zijn invloed uit te breiden naar zijn buurlanden heet “destabilisatie” en is dus zonder meer onrechtmatig. Hierbij moet worden opgemerkt dat dergelijk onthullend taalgebruik routine is. Dus de bekende analist van het buitenlands beleid James Chace, voormalige redacteur van het belangrijkste gevestigde tijdschrift Foreign Affairs, gebruikte de term “stabiliteit” correct in zijn technische zin toen hij verklaarde dat om “stabiliteit” in Chili te bereiken het noodzakelijk was het land te “destabiliseren” (door de gekozen regering van Allende omver te werpen en de dictatuur van Pinochet te installeren).
Afgezien van deze misdrijven doet Iran ook aan terrorisme en ondersteunt het dit, gaan de rapporten verder. Zijn Revolutionaire Garde “zit achter enkele van de meest dodelijke terreuraanslagen van de afgelopen drie decennia “ waaronder aanvallen op Amerikaanse bases in de regio en “vele van de opstandige aanslagen op de Coalitietroepen en de Iraakse veiligheidstroepen in Irak sinds 2003”. Bovendien steunt Iran Hezbollah en Hamas, de belangrijkste politieke krachten in Libanon en Palestina als het op verkiezingen aan komt. De Hezbollah-coalitie won moeiteloos de stem van het volk in de laatste Libanese verkiezingen (2009). Hamas won de Palestijnse verkiezingen van 2006, waardoor de Verenigde Staten en Israël zich genoodzaakt voelden om de wrede en brutale blokkade van Gaza in te stellen om zo de onverlaten te straffen voor het verkeerd stemmen in vrije verkiezingen. Dit waren de enige relatief vrije verkiezingen in de Arabische wereld. Het is normaal dat de elite werkelijke democratie vreest en er alles aan doet om deze te ontmoedigen, maar dit is toch wel een heel bijzonder geval gezien de Amerikaanse steun aan dictaturen in de regio. In zijn beroemde toespraak tot de Moslimwereld in Cairo benadrukte Obama deze steun met zijn vele lofuitingen voor de brute Egyptische dictator Mubarak.
Israël/Palestina
De terreurdaden toegeschreven aan Hamas en Hezbollah verbleken bij het Amerikaanse en Israëlische terrorisme in dezelfde regio, maar het is goed om daar eens naar te kijken. Op 25 mei viert Libanon zijn nationale feestdag Bevrijdingsdag ter herdenking van de terugtrekking van Israël uit Zuid-Libanon. Na een bezetting van 22 jaar trok Israël zich terug als gevolg van het verzet van Hezbollah –door de Israëlische autoriteiten steevast beschreven als “Iraanse agressie”- tegen Israël in het door Israël bezette deel van Libanon (Ephraim Sneh). Ook dat is het gebruikelijke imperialistische taalgebruik. President John. F. Kennedy veroordeelde de “aanval van binnenuit” in Zuid-Vietnam “die werd gemanipuleerd door het Noorden”. Deze “aanval” van het Zuidvietnamese verzet tegen Kennedy’s bommenwerpers, chemische oorlogsvoering, programma’s om boeren naar feitelijke concentratiekampen te verdrijven en andere van dit soort goedaardige maatregelen werd afgedaan als “interne agressie”. Kennedy’s ambassadeur bij de Verenigde Naties, de liberale held Adlai Stevenson, noemde de Noordvietnamese steun voor hun landgenoten in het door de Verenigde Staten bezette Zuiden agressie en onacceptabele inmenging in de rechtvaardige missie van Washington. Ook Kennedy’s adviseurs Arthur Schlesinger en Theodore Sorenson, die aanhangers van de zachte lijn heetten te zijn, prezen de Amerikaanse interventie om de “agressie” in Zuid-Vietnam tegen te gaan. Zij wisten, tenminste als zij de Amerikaanse inlichtingenrapporten hebben gelezen, dat het hier om inlands verzet ging. In 1955 hebben de gezamenlijke Amerikaanse stafchefs verschillende soorten “agressie” gedefinieerd, waaronder “agressie anders dan gewapende, dat wil zeggen politieke oorlogsvoering of subversie.” Bijvoorbeeld een interne opstand tegen een door de Verenigde Staten opgelegde politiestaat of verkiezingen waarvan de uitkomst Amerika onwelgevallig is. Dit woordgebruik komt ook vaak voor in de wetenschap en in politieke commentaren. Het is alleen maar steekhoudend in de heersende opvatting dat de Wereld van Ons Is.
Hamas verzet zich tegen de militaire bezetting door Israël en zijn illegale en gewelddadige acties in de bezette gebieden. Hamas wordt beschuldigd van weigering Israël te erkennen (politieke partijen erkennen doorgaans geen staten). In contrast: Amerika en Israël erkennen niet alleen Palestina niet, zij hebben ook op meedogenloze en gedecideerde wijze er alles aan gedaan om te verzekeren dat Palestina nooit kan bestaan in enige betekenisvolle vorm. Een van de huidige regeringspartijen in Israël beloofde in haar verkiezingsprogramma van 1999 het bestaan van welke Palestijnse staat dan ook te verhinderen. Daarmee hield zij vast aan de niet-officiële standpunten van de Verenigde Staten en Israël van tien jaar eerder. Deze hielden in dat er geen sprake kan zijn van een extra Palestijnse staat ”tussen Israël en Jordanië”, waarbij Jordanië dan wordt gezien als “dé Palestijnse staat” die goedgekeurd is door de Verenigde Staten en Israël, ongeacht wat zijn onwetende inwoners en regering daar zelf over denken.
Hamas wordt beschuldigd van raketaanvallen op Israëlische nederzettingen aan de grens. Zonder twijfel zijn dit misdrijven, ofschoon dit geweld slechts een fractie is van het door Israël in Gaza gepleegde geweld en dan hebben we het nog niet over het geweld dat Israel in andere gebieden heeft begaan. In dit verband is het belangrijk om in gedachten te houden dat de Verenigde Staten en Israël precies weten hoe zij deze terreur die zij met zoveel passie betreuren moeten beëindigen. Israël geeft officieel toe dat er geen Hamasraketten zijn afgeschoten zolang Israël in 2008 de gedeeltelijke wapenstilstand met Hamas naleefde. Israël verwierp Hamas’ aanbod deze wapenstilstand te verlengen. Het prefereerde de moorddadige en vernietigende Operatie Cast Lead (Gegoten Lood) tegen Gaza in december 2008 te lanceren. Dit gebeurde met volledige Amerikaanse steun. Dit was een wapenfeit van moorddadige agressie zonder dat daar ook maar de geringste geloofwaardige reden voor werd gegeven, noch juridisch noch op morele gronden.
Turkije, een model voor democratie.
Het model voor democratie in de islamitische wereld is, ondanks ernstige tekortkomingen, Turkije, dat relatief vrije verkiezingen kent en ook herhaaldelijk doelwit van harde kritiek van de Verenigde Staten is geweest. Het meest extreme geval, toen de Turkse regering het standpunt van 95 procent van de bevolking volgde en weigerde deel te nemen aan de invasie van Irak, ontlokte een harde veroordeling door Washington omdat deze maar niet kan begrijpen hoe een democratisch gekozen regering zich dient te gedragen: in ons concept van democratie bepaalt de Stem van de Meester het beleid en niet de bijna unanieme stem van de bevolking.
De Obama-regering was wederom verbolgen toen Turkije samen met Brazilië een akkoord met Iran sloot om zijn verrijking van uranium te beperken.
Obama had het initiatief in een brief aan de Braziliaanse president Lulla da Silva geprezen, blijkbaar in de veronderstelling dat het zou mislukken en het een propagandawapen tegen Iran zou verschaffen. Toen het lukte was Amerika furieus en ondermijnde het het akkoord snel door een Veiligheidsraadresolutie met nieuwe sancties tegen Iran door te drammen. Deze sancties waren zo betekenisloos dat China daar graag mee instemde, omdat het onderkende dat de sancties hooguit de belangen van het Westen in de concurrentieslag met China om de Iraanse bodemstoffen zouden schaden. Andermaal handelde Washington onmiddellijk om er voor te zorgen dat anderen zich niet zouden mengen in de Amerikaanse controle over de regio.
Niet verrassend stemde Turkije (samen met Brazilië) tegen de Amerikaanse sanctiemotie in de Veiligheidsraad. Het andere lid uit de regio, Libanon, onthield zich van stemming. Dit veroorzaakte nog meer consternatie in Washington. Philip Gordon, Obama’s topdiplomaat voor Europese Zaken, waarschuwde Turkije dat zijn daden in de Verenigde Staten niet werden begrepen en dat het ‘zijn trouw aan het partnerschap met het Westen moet demonstreren”, meldde Associated Press, “een zeldzame berisping van een belangrijke NAVO-bondgenoot”.
De politieke elite begrijpt het goed. Steven A. Cook, een geleerde bij de Raad voor Buitenlandse Betrekkingen, observeerde dat de cruciale vraag nu is: “Hoe houden we de Turken in de goede baan?” opdat ze als goede democraten bevelen opvolgen. Een New York Times- kop ving de algemene sfeer: “Iranakkoord wordt gezien als een smet op de goede naam van de leider van Brazilië.” Oftewel, doe wat we zeggen, of anders …
Er zijn geen aanwijzingen dat andere landen in de regio positiever staan tegenover de Amerikaanse sancties. Aan de andere kant van Iran, bijvoorbeeld, tekenden Iran en Pakistan, op een bijeenkomst in Turkije, onlangs een overeenkomst voor een nieuwe pijpleiding. Nog verontrustender voor de Verenigde Staten is dat deze pijpleiding zich kan uitbreiden tot India. Het Amerikaanse verdrag met India van 2008 ter ondersteuning van India’s nucleaire programma’s- en daarmee indirect van zijn kernwapenprogramma’s – was bedoeld om India af te houden van deelname aan deze pijpleiding, aldus Moeed Yusuf, een Zuid-Azië-adviseur voor het Amerikaanse Instituut voor de Vrede. Hiermee gaf hij de algemeen geaccepteerde interpretatie weer. India en Pakistan zijn twee van de drie kernmachten die hebben geweigerd het Non-proliferatie Verdrag te tekenen, de derde kernmacht is Israël. Alle hebben kernwapens ontwikkeld met steun van de Verenigde Staten en doen dat nog steeds.
Non-proliferatie vrijstellingen
Geen weldenkend mens wil dat Iran of wie dan ook kernwapens ontwikkelt. Een voor de hand liggende manier om deze dreiging tot bedaren te brengen of weg te nemen is om een kernwapenvrije zone in het Midden-Oosten in te stellen. Deze kwestie kwam weer naar voren op de conferentie over het Non-proliferatie Verdrag op het hoofdkwartier van de Verenigde Naties begin mei 2010. Egypte, als voorzitter van de Organisatie van Niet-gebonden Landen waarbij 118 staten zijn aangesloten, stelde voor dat de conferentie een oproep voor het in 2011 opstarten van onderhandelingen over een kernwapenvrije zone in het Midden-Oosten zou steunen. Dit was immers door het Westen, inclusief de Verenigde Staten, overeengekomen op de herzieningsconferentie van het Non-proliferatie Verdrag in 1995.
Washington is het daar formeel nog steeds mee eens, maar het staat erop dat Israël daarop een uitzondering vormt en het heeft ook nog geen blijk gegeven dat het dergelijke bepalingen mogelijk op zichzelf van toepassing acht. De tijd is nog niet rijp voor het creëren van zo’n zone, verklaarde Minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton op de conferentie van het Non-proliferatie Verdrag. Ondertussen drong Washington er op aan om geen enkel voorstel dat pleit om Israëls kernprogramma onder toezicht van het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA), te plaatsen aan te nemen evenmin als een voorstel dat de ondertekenaars van het Non-proliferatie Verdrag, in het bijzonder de Verenigde Staten, oproept om informatie over “Israëlische nucleaire faciliteiten en activiteiten vrij te geven, inclusief informatie die relevant is voor eerdere overdrachten van nucleaire technologie naar Israël.” Obama gebruikt hierbij dezelfde uitvluchten als Israël. Deze stelt zich op het standpunt dat dergelijke voorstellen afhankelijk moeten worden gemaakt van een allesomvattend vredesakkoord. Dit kunnen de Verenigde Staten oneindig vertragen, zoals zij het al 35 jaar, met zeldzame en tijdelijke uitzonderingen, hebben gedaan.
Tegelijkertijd verzocht Yukiya Amano, hoofd van het Internationaal Atoomenergie Agentschap de ministers van buitenlandse zaken van151 van haar leden om met elkaar te overleggen hoe een resolutie die eist dat Israël “toetreedt tot” het Non-proliferatie Verdrag en dat het zijn nucleaire faciliteiten openstelt voor het IAEA-toezicht uitgevoerd kan worden, meldde Associated Press.
Er wordt zelden opgemerkt dat de Verenigde Staten en Groot-Brittannië een speciale verantwoordelijkheid hebben om te werken aan een kernwapenvrije zone in het Midden-Oosten: in hun poging om hun invasie van Irak in 2003 te voorzien van een dunne juridische dekmantel deden ze een beroep op Veiligheidsraadresolutie 687 (1991), waarin Irak werd opgeroepen om de ontwikkeling van massavernietigingswapens te beëindigen. De Verenigde Staten en Groot-Brittannië claimden dat Irak zich niet aan deze resolutie had gehouden. We hoeven niet te blijven hangen bij dit excuus, maar deze resolutie verplicht ook haar ondertekenaars om te zorgen dat er een kernwapenvrije zone in het Midden-Oosten wordt ingesteld. Tussen haakjes kunnen we ook nog toevoegen dat de Verenigde Staten door het aanhouden van hun nucleaire faciliteiten in Diego Garcia de kernwapenvrije zone ingesteld door de Afrikaanse Unie ondermijnen, net zoals Washington door gaat met het blokkeren van een kernwapenvrije zone in de Pacific door haar Pacifische gebiedsdelen uit te sluiten.
Obama’s retorische verbinding aan non-proliferatie heeft veel lof ontvangen, zelfs een Nobelprijs. Een concrete stap in deze richting is het vestigen van kernwapenvrije zones. Een andere stap is het intrekken van de steun aan de nucleaire programma’s van de drie niet-ondertekenaars van het Non-proliferatie Verdrag. Zoals zo vaak liggen retoriek en daden nauwelijks op één lijn, in feite zijn ze in dit geval in directe tegenspraak met elkaar. Deze feiten krijgen maar weinig aandacht net zoals het meeste wat hier kort de revue is gepasseerd.
In plaats van concrete stappen te nemen om de werkelijk onheilspellende dreiging van proliferatie van kernwapens te verminderen, nemen de Verenigde Staten belangrijke stappen om de Amerikaanse controle over de onmisbare olieproducerende landen in het Midden-Oosten te versterken, desnoods met geweld als andere middelen niet volstaan. Dit is begrijpelijk en zelfs redelijk onder de heersende imperialistische doctrine, hoe grimmig ook de consequenties zijn. Het is slechts weer de zoveelste illustratie van “de wrede onrechtvaardigheid van de Europeanen” die in 1776 zo door Adam Smith werd betreurd. Alleen is het commandocentrum sindsdien verschoven naar hun overzeese gebiedsdelen.
Noam Chomsky is linguïst, maatschappijcriticus, en auteur van talrijke artikelen en boeken, waaronder Mislukte Staten, machtsmisbruik en de aanslag op de democratie en Hoop en Vooruitzicht
1) De verklaring van Luitenant-generaal Ronald L. Burgess, directeur van de inlichtingendienst van het Ministerie van Defensie voor de Senaatscommissie voor de gewapende diensten 14 april 2010; een ongeclassificeerd verslag over de militaire kracht van Iran, april 2010; het verslag aan het Congres van John J. Kruzel, Persdienst van de Amerikaanse strijdmacht, dat de contouren van de Iraanse bedreigingen schetst, april 2010 (www.defense.gov)
Vertaling door D4net (www.d4net.nl) augustus 2010