Op verzoek van D4net kwam Douwe Beerda op 8 april vertellen
over permacultuur.
Douwe kwam in aanraking met permacultuur toen hij op zijn reis door Australië bij verschillende boeren werkte. Hij raakte flink onder de indruk van een tropische fruitjungle. De ideeën achter permacultuur leken hem zó logisch dat hij zich verbaasde over het feit dat hij daar nog nooit eerder over had gehoord. Terug in Nederland bouwde hij de website www.permacultuurnederland.org en plaatste daarop onder andere een lijst van 250 verschillende soorten eetbare planten die hier kunnen groeien.
Het doel van permacultuur is samenwerking tussen de mens en haar omliggende natuur gericht op overleving van beide op lange termijn. Permacultuur is een ontwerpsysteem. Volgens de officiële definitie is permacultuur het bewust ontwerpen en onderhouden van productieve ecologische landbouwsystemen om zo diversiteit, stabiliteit en weerbaarheid van de natuurlijke ecosystemen te bevorderen. Deze vorm van landbouw probeert het landschap en de noodzaak van mensen om zichzelf te voorzien van eten, energie, onderdak en andere al dan niet materiële behoeftes op duurzame wijze tot één geheel te maken.
Permacultuur is in Australië ontworpen in reactie op de conventionele landbouw. Deze veroorzaakt daar veel problemen, zoals verdroging, landerosie en onstuitbare algengroei. De bedenkers, Bill Mollison en David Holmgren formuleerden de ecologische basisprincipes van permacultuur na observatie van de bossen van Tasmanië.
Volgens hen moet je bij het ontwerpen van een landbouwsysteem rekening houden met de drie hoofdfactoren: zon, water en wind.
Zon is overal van belang. Water speelt in Australië een andere rol (te weinig) dan in Nederland (soms teveel) en hier is ook veel wind. Afhankelijk van de omgeving en van je wensen moeten deze drie hoofdfactoren gecombineerd worden.
Als je bijvoorbeeld bomen in een zonnecirkel zet, zorg je dat ze niet met elkaar hoeven te concurreren om de zon op te vangen en ze kunnen als windscherm dienen voor andere planten. Leg je in het midden van de cirkel ook nog een vijver aan, dan wordt de zon ook nog eens door het water weerkaatst en kan je bovendien in deze vijver heerlijk zwemmen. Door slim te ontwerpen hebben mens èn natuur profijt.
Een ander basisprincipe van permacultuur is het planten in zeven lagen: hoge bomen, lage bomen, klimplanten, struiken, kruidlaag, bodemkruipers en knolgewassen. Zorg dat zoveel mogelijk lagen bij elkaar staan. Zo kan de zon maximaal opgevangen worden en de voedingsbodem wordt maximaal benut. Hoge bomen wortelen dieper, halen dus het voedsel dieper uit de grond. En als bomen hun bladeren verliezen, dienen deze weer als voedingsstof voor de andere planten.
Verder is de drie-functie-richtlijn van belang: zorg dat elk organisme meerdere, minimaal drie, functies vervult. Zo zorgt een appelboom voor appels, in de zonnecirkel fungeert hij als windscherm, dient als klimstok voor een klimplant en je kan er een hangmat aan hangen. Deze richtlijn moet niet dogmatisch, maar slim worden toegepast.
En elke functie moet door meerdere organismen, minimaal drie, ondersteund worden. Hierdoor ontstaat diversiteit. En doordat daardoor een mislukte oogst van de ene plant kan worden ondervangen door een goede oogst van een andere plant hoef je niet bang te zijn voor plagen en dat geeft stabiliteit.
Deze vier basisprincipes (rekening houden met de drie hoofdfactoren, verbouwen in zeven lagen, de drie-functie-richtlijn en diversiteit zorgt voor stabiliteit) vormen al 70% van een goed
permacultuursysteem.
Daarnaast zijn er nog een paar andere principes die meewerken: het idee van de levende bodem, zonering en slim gebruik van hulpbronnen.
Een levende bodem beperkt de kans op ziektes. Bodemorganismen zetten plantafval om tot voedingstoffen en maken de kringlopen rond. Schimmels filteren de bodem en krijgen daarvoor suikers terug. Omploegen hoeft dan niet, is zelfs schadelijk. Om een goede levende bodem op te bouwen moet de bodem gemulchd worden: de bodem wordt hierbij bedekt met organische materialen. Daardoor wordt onkruid onderdrukt, blijft de bodem vochtig en wordt de natuurlijk immuniteit versterkt.
Met zonering worden de plekken van de planten gekozen naar gelang de hoeveelheid zorg deze nodig hebben en hoe vaak er geoogst kan worden.
Zone 0 is vlakbij huis. Daar staan planten waar vaker naar gekeken moet worden, maar ook de kruidenspiraal. Zone 1, iets verder van het huis af, wordt eens per dag gecontroleerd, zone 2 eens per week, zone 3 eens per kwartaal en zone 5 is zoals de natuur uit zichzelf is. Zone 5 dient als voorbeeld, daar zie je de natuurlijke insecten en vogels. In Nederland wordt er meestal met minder zones gewerkt, maar zone 5 wordt altijd een plek gegeven. Idealiter sluiten alle zones 5 van alle permacultuurontwerpen op elkaar aan.
Hulpbronnen zijn op verschillende manieren in te delen:
hulpbronnen (A) die verdwijnen of degraderen als ze niet gebruikt worden, bijvoorbeeld regen en zonnestralen. Er is geen energieprobleem, maar eerder een energieopvangprobleem. Dan zijn er hulpbronnen (B) die door gebruik juist toenemen, zoals kennis, talenten en samenwerking. Van deze hulpbronnen wordt in de permacultuur zeer veelvuldig gebruik gemaakt. Andere hulpbronnen (C), bijvoorbeeld stenen, badkuipen en tegels blijven door gebruik onveranderd. Weer andere hulpbronnen (D) raken door gebruik op: fossiele brandstoffen en bepaalde ertsen. Grote afhankelijkheid van deze hulpbronnen is gevaarlijk. Deze hulpbronnen moeten alleen gebruikt worden als ze nodig zijn om een ècht duurzaam systeem aan te leggen. En tot slot zijn er hulpbronnen (E) die door gebruik vervuilen en vernietigen, zoals pesticiden, kunstmest, fossiele brandstoffen. Deze hulpstoffen moeten nooit gebruikt worden. Want ze lijken te werken op één plek, maar je weet niet waar in het systeem ze terugkomen. DDT doodde wel de luizen, maar ook de roofvogels. In de permacultuur probeert men er anders naar te kijken. Zo spreken ze bijvoorbeeld niet over een slakkenoverschot, maar over een eendentekort om een slakkenplaag op te lossen.
In de permacultuur denkt men in in- en outputs. Deze moeten in balans zijn en de kringloop moet gesloten worden. Werk is dan elke behoefte waarin niet door het systeem wordt voorzien. En vervuiling is elke output die niet door het systeem gebruikt kan worden. Menselijke stront geldt nu als vervuiling, maar als deze wordt gecomposteerd is het een waardevolle hulpstof en is de kringloop gesloten. In het hygiënische Nederland zonder veel parasieten in het systeem heeft menselijke mest wel 2 jaar nodig om te composteren. Op een kraakboerderij in Teugen, die helemaal onafhankelijk functioneert (off-the-grid) merkten ze dat hun menselijke mest stukken beter is geworden sinds ze daar alleen maar uit eigen tuin eten. De cirkel is weer rond.
Douwe heeft in het centrum van Utrecht enkele geveltuintjes; stoeptegel eruit, een klimmende kiwi erin, een boysenberry, citroenmelisse en munt er onder. En zo leveren twee stoeptegels vier verschillende soorten planten. Boven op het konijnenhok heeft zijn neef een groentetuin aangelegd.
Bij zijn ouders in Zuid-Friesland heeft Douwe een groter project met een zonnecirkel van notenbomen. Het is echt spelen met de natuur, maar dan wel met respect voor de natuur. Permacultuur is wel iets van de langere termijn. Het kan zijn dat je het eerste jaar nog last hebt van bladluizen. Niets aan doen, gaat uiteindelijk over. En aan een walnotenboom zit je zeker 15 jaar vast. Als een permacultuursysteem eenmaal functioneert kost het weinig werk.
In Culemborg is het grote permacultuurproject Eva Lanxmeer helemaal in een woonwijk geïntegreerd is. Daar is gezamenlijk eetbaar groen. De Bikkershof in Utrecht laat de sociale kant van permacultuur zien en ook op het Hof van Twello kun je veel over permacultuur leren. Douwe kent buiten de SWOMP in de Pijp geen andere permacultuurprojecten in Amsterdam. Op zijn website staat een kaartje met alle projecten in Nederland (www.permacultuurnederland.org).
Op YouTube zijn meer dan 25 documentaires met voorbeelden te vinden.
Voor permacultuur moet je leren outside-the-box te kijken. Een framboos is bijvoorbeeld een vervelende woekeraar. Dan moet je daar nog hogere bomen boven zetten. Het gaat om ècht ontwerpen en samenwerken met de natuur. Zo krijg je op verschillende plekken verschillende resultaten.
Permacultuur is ook wel een beetje rommelig, maar uiteindelijke verkoopt het zichzelf. Op volkstuinencomplexen is er soms eerst wat weerstand, maar later wordt iedereen enthousiast.
Na de lezing van Douwe was er tijd voor vragen en discussie.
Verschillende onderwerpen werden besproken:
* Kan permacultuur de wereld voeden? Dat hangt ervan af. Het helpt in ieder geval wel. Het is goed voedsel lokaal te verbouwen en de tussenmarkten zoals Albert Heijn en de verpakkingsindustrie vallen er tussenuit.
* Wat is het verschil met biologisch boeren? Biologische boeren werken met éénjarige gewassen en met semi-monoculturen. Beiden werken zonder bestrijdingsmiddelen en beiden gebruiken geen fossiele brandstoffen. Biologische producten kunnen van ver weg komen, uit Spanje bijvoorbeeld. Biologische landbouw verandert niet de structuur van de economie.
* Hoe is permacultuur te plaatsen binnen een transitiemodel van de gehele samenleving?
Hoe kan je permacultuur inzetten bij de crisissen van het klimaat, grondstoffen en de economie? Permacultuur is uitgewaaierd naar andere dingen. Zo wordt ze bijvoorbeeld toegepast op een lokaal-geldsysteem in Canada of op huizenbouw. Permacultuur is niet persé ´terug naar vroeger´. Ook zij maakt gebruik van zonnepanelen.
Fransje de Waard past het ook op een sociale manier toe: in de huidige maatschappij gaan we in een monocultuurvorm met elkaar om: alle vierjarigen en vijfenzestigjarigen zitten bij elkaar en moeten op die manier met elkaar concurreren. Als leeftijdsgroepen meer gemengd zijn is er meer onderlinge uitwisseling.
*Achter de conventionele landbouw zitten bepaalde economische belangen, bijvoorbeeld die van Monsanto. Als deze belangen door permacultuur bedreigd worden, hoe zullen ze dan reageren en hoe bereidt de permacultuur zich daarop voor? Permacultuur gaat ervan uit dat als je mensen laat zien hoe het ook anders kan, mensen vanzelf dingen gaan veranderen. Permacultuur maakt mensen onafhankelijker. Het is een soort stille revolutie. Daar is natuurlijk niet iedereen blij mee. Ook dat mensen in de permacultuur op een andere manier tegen werk en materiële behoeftes aan gaan kijken past niet in het huidige economische systeem. Douwe leerde mensen kennen die niet meer in geld denken maar in uren. Voor een nieuwe bank moet je bijvoorbeeld twintig uur werken. Heb je dat daar wel voor over of koop je liever een tweedehandse bank en besteed je je uren aan leukere dingen? Het model van als maar groeien zal uiteindelijk stuk lopen. Op dit moment bevat elke calorie voedsel tien tot honderd calorieën aan fossiele brandstoffen. In feite eten we geconcentreerde olie.
Met permacultuur kan je niet de hele wereld veranderen, maar dat is nog geen reden om het niet toe te passen. Het voordeel van permacultuur is dat mensen het zelf kunnen doen. Permacultuur bestaat al veertig jaar en steeds meer mensen doen er aan. Dan moet je wel van rare huize komen wil je dat kunnen tegenhouden. Niemand kan bepalen wat je in je eigen tuin wil laten groeien. Wie kan het ruilen van zaden verbieden? Permacultuur heeft ook wel ethische principes, zoals ´work where it comes´. Permacultuur is heel charmant en open qua het delen van kennis, zoals bijvoorbeeld de website van Douwe. Wereldwijd werken heel veel mensen volgens de permacultuurmethode, dat is niet zo makkelijk te stoppen.
Maar als je een bedreiging vormt voor het huidige systeem kun je een reactie verwachten. Daar hoef je geen complotdenker voor te zijn. Alle modellen hebben met macht te maken. Daar ga je tegenaan lopen. Het blijft een politiek verhaal. Je moet wel permacultuur ontwikkelen, maar je moet ook blijven nadenken over de gevolgen en een strategie tegen en bewustzijn over de machtsstructuren ontwikkelen.
* Hoe is permacultuur toepasbaar binnen een verstedelijkte samenleving als de stad Amsterdam of de Randstad? Kan de hele stad daarvan eten? Dat is onbekend. Er zijn wel steden zoals Havanna en Detroit waar permacultuur breed wordt toegepast. Permacultuur werkt vanuit individuen en vanuit de lokaliteit. Veel is mogelijk. Maar waarschijnlijk moet het platteland in de omgeving van een stad erbij betrokken worden. Zijn er specifieke permacultuurmodellen voor in de stad? Er is een Global gardener- aflevering over permacultuur in de stad. (http://www.youtube.com/watch?v=3ppsE0o1kkY en http://www.youtube.com/watch?v=qO1bi41U1KM en http://www.youtube.com/watch?v=a82AV27DK2k).
In de stad zijn veel warme muren, zodat je vooral kunt werken met klimplanten. Al zou je maar een kwart van je voedsel in de stad verbouwen zou het al mooi zijn. In de Engelse Plants for a Future-database (http://www.pfaf.org/index.php) staan bijna 25 soorten klimplanten. Van knol tot druif. De kennis op dit gebied neemt snel toe. Maar regelgeving in de steden kunnen plannen frustreren. Bijvoorbeeld door de vertrutting in Amsterdam worden mensen met tuintjes bij woonboten enorm lastig gevallen.
* Hoe kunnen we zorgen dat permacultuur een alternatief is voor iedereen en niet voor slechts een kleine groep alternatievelingen? Oftewel hoe bereiken we de mensen aan de overkant op twee hoog? Permacultuur gaat over dingen uit de natuur leren, maar het gaat niet over de eigen natuur van de mens. Je moet permacultuur niet door iemands strot duwen. Je moet niet de illusie of de wil hebben om heel Nederland aan de permacultuur te krijgen. Wat dat betreft kan je niet op tegen Coca Cola en McDonalds. Douwe houdt het het liefst heel dicht bij zichzelf. Maar het is ook goed om niet teveel in eigen kringen te blijven hangen. Mensen móeten niet, maar het is wel goed om te proberen hen erbij te betrekken door veel van permacultuur te laten zien, bijvoorbeeld door filmpjes op YouTube en activiteiten op plekken als de SWOMP in Amsterdam.
* Hoe staat permacultuur in relatie tot de voedselketen, met name tot de distributie (transport), het aanbod (dominante ketens als Albert Heijn) en de consument? Hoe meer groente je uit je eigen tuin eet, hoe minder je bij Albert Heijn hoeft te halen. Maar ja, iedereen wil toch ook wel eens bananen eten. En zolang dat nog allemaal kan… Als straks de olieprijzen weer omhoog gaan, gaan de voedselprijzen ook omhoog. Eigenlijk hebben we laatste jaren in een te grote luxe geleefd met heel veel olie. Als dat straks niet meer kan, zal er een andere verdeling moeten plaatsvinden. Uiteindelijk zullen we efficiënter met alle hulpbronnen moeten omgaan. Nu is de economie zo geregeld dat slechts een bepaalde groep mensen er groot profijt van heeft. Het is goed om ons voor te bereiden voor als we straks de confrontatie moeten aangaan.
* Op http://wildplukwijzer.nl/
vind je alle plekken waar je zomaar fruit, noten of groente in het wild kunt vinden en plukken.