Het Transitie-initiatief

Transitie-initiatieven zijn de laatste jaren ook in verschillende steden in Nederland van de grond gekomen. Het leek ons goed om hier aandacht aan te geven en een artikel te vertalen dat een soort beschouwing geeft van deze groeiende beweging tegen klimaatverandering. Ook is het, denken we, goed om dit artikel te lezen naast het vertaalde artikel ‘Vergeet het korter douchen’. Een noodzakelijke discussie tussen in hoeverre het zelf handelen en individuele keuzes maken voorop staan en zin geven/hebben, of juist meer de politieke analyse die moet leiden tot gemeenschappelijke aktie, het vormen van een tegenmacht, waarbij persoonlijke keuzes als minder water gebruik bij douchen er weinig toe doen. Want is ons eigen individuele gedrag eigenlijk wel de boosdoener? Zeker is dat het maken van individuele keuzes tot een andere wijze van leven niet op zich moet blijven staan. Het is slechts een klein deel van de oplossing. Toch kan het uitdragen van deze keuzes, het als voorbeeld stellen van andere manieren van leven, anderen tot inzicht brengen. Het kan een begin zijn tot ook een meer politieke actieve stellingname.

Het veranderen van de omvang van de verandering
door Jay Griffiths
gepubliceerd in de juli/augustus 2009-editie van Orion-magazine

EEN TIJDJE GELEDEN hoorde ik in Oxford, Engeland een Amerikaanse wetenschapper een lezing houden over de klimaatcrisis. Hij was precies, zonder emotie, rigoureus, en onpersoonlijk: allemaal sterke punten van een wetenschapper.

De volgende dag sprak hij informeel in een kleine groep. Hij trok toen een zeergeliefde foto van zijn 13-jarige zoon uit zijn portefeuille. Hij sprak net zo zorgvuldig als tijdens de lezing maar dit keer was zijn stem verdrietig, bezorgd en vaderlijk. Zijn zoon, zei hij, was zo bang geworden voor de klimaatverandering dat hij verzwakt, depressief en in de war gebracht was. Normaal zouden mensen dan voor het kind een therapie, Prozac, of honkbal voorstellen. Maar in deze groep zei een stem vriendelijk: “Wat dacht je van het Transitie(Overgangs)-initiatief?”

Als het Transitie-initiatief een persoon zou zijn geweest zou je hem of haar charismatisch , wijs, praktisch, positief, vindingrijk en heel erg populair kunnen noemen. Te beginnen met het stadje Totnes in Devon, Engeland, in September 2006, heeft deze beweging zich als een bosbrand verspreid over het Verenigd Koninkrijk (het dook op een prachtige manier zelfs op in The Archers, Groot-Brittannië´s langstlopende en meest populaire radiosoap), en verder naar de VS, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland en Japan. Het belangrijkste doel van het Transitie-initiatief is om op gemeenschapsniveau de met elkaar samenhangende vraagstukken van klimaatverandering en piekolie aan te pakken ´Piekolie´ staat dan voor de afnemende beschikbaarheid van “het eeuwenoude zonlicht” zoals fossiele brandstoffen ook wel genoemd worden. Het initiatief is opgezet om steden en wijken in staat te stellen om plannen te maken voor een post-olie- en koolstofarme toekomst en om zich in die richting te ontwikkelen: Rob Hopkins, oprichter van het Transitie-initiatief, heeft dit “de grote transitie (overgang) van onze tijd, weg van de fossiele brandstoffen” genoemd.

Het geniale van deze beweging ligt gedeeltelijk in de doordringende en vriendelijke psychologie ervan. Het erkent de emotionele gevolgen van deze problemen, van het angstgevoel en de wanhoop van die dertienjarige tot de gemeenschappelijke gevoelens van woede, onmacht en ontkenning. Met behulp van inzichten uit de verslavingspsychologie geeft het een aantal redenen waarom het voor mensen moeilijk is om af te kicken van een verslaving aan (of afhankelijkheid van) olie. Het erkent dat geestelijk gezond functioneren afhangt van een geloof dat iemand´s behoeften in de toekomst vervuld zullen worden; voor een gehele generatie is dit geloof nu aangetast door ongerustheid over de klimaatverandering.

Veel mensen hebben het gevoel dat individuele actie tegen klimaatverandering te triviaal is om doeltreffend te zijn. Tegelijkertijd geloven ze dat ze niet in staat zijn om invloed uit te oefenen op het landelijke beleid. Ze voelen zichzelf verlamd door de schijnbare futiliteit van het kleinschalige en de onmacht op de grote schaal.
Het Transitie-initiatief werkt precies in het midden, op de schaal van de gemeenschap, waar acties betekenis hebben, zichtbaar en effectief zijn. “Wat nodig is is een schaal waarop iemand zich in een zekere mate in control kan voelen over de processen van het leven, waarop individuen buren en geliefden worden in plaats van alleen maar bekenden en nummers… deelnemers en voorvechters in plaats van slechts kiezers en belastingbetalers. Die schaal is de menselijke schaal,” schreef auteur en anti-technologieactivist Kickpatrick Sale in zijn boek Human Scale .

Hoe groot ben ik? Als individu 1.60 meter en vrolijk fluitend. Op regeringsniveau voel ik mezelf gekrompen, kleiner dan het kruisje op mijn stembiljet. Maar op lokaal niveau, kan ik leven aan vijf verschillende riviermondingen en ademhalen in kilometers groene valleien.

De schaal is van belang.

We spreken over schaalvoordelen, en ik denk dat er ook een ethiek van schaalvoordelen bestaat. Op individuele schaal is de moraal wispelturig: mensen kunnen helden worden of massamoordenaars. Het individu wordt echter meestal beperkt door zijn of haar eigen geweten en in ieder geval door de eigen omvang. Een natiestaat kan daarentegen op z´n best een mager welvaartsysteem aanbieden, op z´n slechts –zoals de geschiedenis van naties in de twintigste eeuw zo bruut heeft laten zien- hoeft de moraal van de staat niet beperkt te worden door enig geweten, en door haar enorme omvang kan een staat genocide plegen. Op gemeenschapsniveau echter, is de moraal complex: zeker, gemeenschappen kunnen jaloers en wraakzuchtig zijn. Ze zijn minder dan individuen geneigd tot heldendom, maar de macht van een gemeenschap om schade aan te richten is veel minder dan die van een staat eenvoudig vanwege de grootte ervan. Bovendien is een gemeenschap, omdat het inherent is aan een gemeenschap voor mensen om zich daarmee te identificeren, en omdat ieder lid zich daarvoor gewoon meer verantwoordelijk voelt, bevattelijker voor een gevoel van schaamte. Gemeenschapsmoraal houdt medegevoel in en is afgestemd op het algemeen welzijn. Het is veel stabieler dan de individuele moraal, veel vriendelijker dan die van de Staat. De morele reikwijdte van de gemeenschap strekt zich niet uit naar de hemel of hel, maar het is geaard, diepgeworteld op het niveau van de Aarde.

OPGESTART DOOR een stuurgroep van slechts een handvol mensen in een bepaalde plaats, kan de motivatie om een Transitiegemeenschap te worden groeien. Vaak gaan hier vele maanden van voorbereiding, informatieverspreiding, en bewustmaking van de problematiek van klimaatverandering en piekolie aan vooraf. In deze maanden zijn er lezingen en filmvoorstellingen. Er wordt een weloverwogen poging gedaan om ondanks de stress een gevoel van veerkracht in de gemeenschap te stimuleren. Wanneer de leden van de stuurgroep van mening zijn dat er genoeg ondersteuning en (stuw)kracht is voor het project, kan het gelanceerd of “ontketend” worden.

Met het oog op de beloning (minder CO2-uitstoot en minder olieafhankelijkheid) hebben Transitiegemeenschappen vervolgens op verschillende manieren gekeken naar hun eigen situatie –bijvoorbeeld naar de voedselproductie, het energiegebruik, bouwen, afval, en vervoer – om uit te zoeken op welke manier een gemeenschap onafhankelijk kan worden. In dit stadium treedt de stuurgroep terug en kunnen verschillende subgroepen gevormd worden rond specifieke aspecten van de transitie. Strategieën bevatten onder andere de bevordering van lokale voedselproductie, het planten van fruitbomen in openbare ruimte, gemeenschappelijk tuinieren en gemeenschappelijk composteren. Wat betreft het energiegebruik zijn sommige gemeenschappen begonnen met het ontwerpen van “olie-kwetsbaarheids-balansen” voor lokale bedrijven, en sommige hebben getracht een nieuw lokaal vervoersplan te maken voor het “leven na de auto”. In een Transitiestad zijn er plannen voor lokale, duurzame energie in handen van de gemeenschap, in een andere wil men gezamenlijk zonnepanelen groot inkopen om deze dan lokaal zonder winstoogmerk door te verkopen. Er zijn projecten om zaden te bewaren, om zaden te ruilen, en om volkstuintjes aan te leggen – kleine landpercelen waar individuen groente en fruit kunnen verbouwen.

“De mensen die het belang van het veranderen van het systeem inzien zijn gewone mensen. Zij doen het voor hun kinderen,” zegt Naresh Giangrande, een van de betrokkenen bij het opzetten van de eerste Transitiestad. “Het politieke proces is gecorrumpeerd door geld, macht en gevestigde belangen. Ik schrijf de grote ondernemingen en de regering niet af, maar omdat ze zoveel geïnvesteerd hebben in dit systeem, zijn ze niet gemotiveerd het te veranderen. Ik kan alleen maar zien dat we duurzame samenlevingen krijgen vanuit de basis van gewone mensen, van onder naar boven. Alleen op die manier kunnen we regeringen zover krijgen dat ze veranderen.” In de Verenigde Staten vraagt het “350”project (de internationale poging om te wijzen op de noodzaak tot vermindering van de CO2 in de lucht naar 350 deeltjes per miljoen) eveneens aan gewone mensen om een duidelijk signaal af te geven aan de machthebbers. Als verandering niet van boven komt, moet het van beneden komen, en politici zouden onverstandig zijn als ze de bezorgdheid over piekolie en klimaatverandering komend vanuit de basis negeren.

De basis van gewone mensen. Zowel figuurlijk als letterlijk. Transitie-initiatiefoprichter Rob Hopkins was vroeger een permacultuuronderwijzer. En de invloed van permacultuur in het Transitieconcept is breed en diep. Zoals permacultuur samenwerkt met de natuur, in plaats van er tegen, zo werken de Transitie-initiatieven met de menselijke natuur, in plaats van er tegen; het is qua sociale houding net zo gezamenlijk en collectief als permacultuur is in zijn houding ten opzichte van planten, en het is net zoals permacultuur bereid te observeren en na te denken, langzaam.

Een van de subgroepen die Transitiegemeenschappen doorgaans vormen heet “Hart en Ziel”. Deze groep houdt zich bezig met de psychologische en emotionele aspecten van de klimaatcrisis, van verandering, van de gemeenschap. Belangrijk is dat mensen worden aangemoedigd deel te nemen aan het gesprek, zodat ze niet alleen maar passieve toeschouwers zijn: het is een voedend proces, waaraan iedereen die wil kan deelnemen. Een goed gesprek houdt ook goed luisteren in, want een aandachtige luisteraar met een open geest kan de beste gedachtes van de spreker uitlokken. Giangrande zegt dat het Transitie-initiatief – welke gebruik maakt van gastsprekers- ook het idee van gastluisteraars als “een gezamenlijke manier van leren hoe kennis te gebruiken” onderzoekt. Op mijn vraag wat dat precies zou inhouden kon hij niet specifieker zijn, want het was nog slechts een idee dat zich in het Transitieproces moet ontwikkelen; het is nog erg een werk-in-uitvoering. Het feit dat ze een idee uitproberen zonder het resultaat te kunnen voorspellen getuigt van een vitaliteit, van een intellectueel energieke kwaliteit, van een grote levendigheid.

Het Transitie-initiatief beschrijft zichzelf als een katalysator, zonder vastgelegde antwoorden, anders dan het traditionele milieuactivisme, welke meer voorschrijvend is en bepaalde oplossingen bepleit. En wederom anders dan het conventionele milieuactivisme, legt het de nadruk op de rol van hoop en van voorbereid zijn, in plaats van schuldgevoelens en angst als grote motivator. Of het opzettelijk is of niet milieuactivisme kan buitensluitend lijken en het Transitie-initiatief is van (ganser) harte binnensluitend.

Hoewel in veel opzichten het Transitie-initiatief nieuw is, vindt het vaak haar wortels in het verleden, in een praktische maken-doen-en-verbeteren houding. Er ligt een interessante nadruk op het “herscholen” van gemeenschappen op het gebied van bijvoorbeeld traditionele bouw en biologisch tuinieren: ambachten die twee generaties geleden heel vanzelfsprekend waren maar nu vaak vergeten zijn. Mandy Dean, die geholpen heeft bij het opzetten van een Transitie-initiatief in haar gemeenschap in Wales, beschrijft hoe haar groep wortelstokken van fruitbomen kocht en daarna een entworkshop organiseerde; het was praktisch, maar ook “ging het over het verwerken van een aantal ideeën terug in de cultuur”.

In de Britse context zijn herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog cruciaal. Want tijdens deze oorlog ervaarden mensen lange tijd gebrek aan brandstof en moesten ze de lokale voedselproductie vergroten – ploegen voor de overwinning. In zowel het Verenigd Koninkrijk als de VS, doemt nu de schaduw van de Crisisjaren onaangenaam dichtbij op. Het stimuleert een houding van repareren in plaats van steeds maar nieuw kopen; een eigen tuintje onderhouden; herstel van het oude.

Repareren, onderhouden, en herstellen kan gaan over textiel, groente en meubels, maar ook over andere stille kwaliteiten; herstellen is herstellend, verzorgen houdt zorg in, verbeteren verwijst naar beter worden. Hier wordt de gemeenschap weer teruggeven aan zichzelf.

GEDURENDE DE HELE MENSELIJKE GESCHIEDENIS, hebben mensen zich bemoeid met de wereld in de vorm van gemeenschappen. Dit maakt deel uit van onze sociale evolutie. Ergens diep in ons allemaal is een goedbewaarde schat aanwezig: de kennis van wat het is om deel uit te maken van een gemeenschap via families, stad, dorp, een gedeelde verbondenheid aan de gemeenschappelijke grond, vakbonden, geloofsgemeenschappen, taalgemeenschappen, samenwerkingsverbanden, homogemeenschappen. Zelfs virtuele gemeenschappen laten in al hun onwerkelijkheid nog steeds een verlangen naar een groter thuis voor de collectieve ziel zien. De negentiende-eeuwse kunstenaar William Morris sprak van een vriendelijk sociaal-isme dat hij kameraadschap noemde: ”Kameraadschap is het leven, en gebrek aan kameraadschap is de dood.”

Mensen hebben gemeenschappen des te meer nodig wanneer hun veiligheid, voedsel en leven worden bedreigd. Het Transitie-initiatief herkent hoezeer we deze schaal nu nodig hebben vanwege piekolie en klimaatverandering. Maar afgezien van deze concrete behoefte, heeft het gebrek aan gemeenschapsgevoel ook negatieve psychologische gevolgen voor individuen in de “ontwikkelde” wereld. Steeds vaker rapporteren mensen hardnekkige en wijdverspreide gevoelens van eenzaamheid, isolement, verdrijving, vervreemding en depressie. Voorbij een bepaalde drempel creëert toegenomen inkomen geen toename van geluk, en de valse belofte van de consumptiemaatschappij (koop dit en wees gelukkig) zet het individu op een zoektocht naar een steeds verder wegrakend doel van hun eigen persoonlijke vervulling. En dit terwijl keer op keer bewezen wordt dat geluk met veel grotere zekerheid gevonden kan worden in het bijdragen aan een gemeenschappelijk streven. (De Boeddha glimlacht een vermoeide, geduldige lach: “Ik vertel dit jullie al járen.”) Gemeenschappelijk streven vergroot het “sociale kapitaal”, dat fascinerende idee dat de waarde van locale relaties, netwerken, hulp en vriendschappen uitdrukt. Een verhoging van het sociale kapitaal zou het positieve bijverschijnsel kunnen zijn van een daling van het financiële kapitaal in een koolstofarme toekomst.

Veel mensen ervaren vandaag de dag een vreemde leegte in de psyche, een gat ter grootte van een dorp. Mandy Dean zinspeelt hier op wanneer ze uitlegt waarom zij zich aangetrokken voelde tot het Transitie-initiatief. “Een van de vreselijke dingen van de moderne cultuur is de scheiding en isolatie; we hebben bijna elk sociaal verband afgebroken, het enige verband dat is overgebleven is dat tussen ouder en kind. In deze extreme isolatie, reageren we alleen op elkaar via televisie en computer. We hebben iets verloren, en we weten niet wat het is. We proberen het te vullen met eten, alcohol en winkelen maar het gat wordt nooit gevuld – wat we hebben verloren is onze verbondenheid met de gemeenschap, met onze plaats en met de natuur. Wegstappen van isolatie is heel helend voor mensen; mensen in groepen krijgen waar ze wat samen kunnen doen begint die isolatie om te draaien.”

HONDERDEN JAREN hebben natiestaten gemeenschappen aangevallen. Eerst en het meest in het oog springend waren er de omheiningen: toen regeringen wetten aannamen om gemeenschapsgrond te privatiseren, werd de geest van collectiviteit ondermijnd even zeker als de plaats waaraan deze collectiviteit verbonden was. Het wrede systeem van reservaten voor inheemse Amerikanen beroofde het land van het gemeenschapsvolk en stal van hen de gemeenschappelijke autonomie, zo van groot belang voor hun cultureel overleven. Inheemse volkeren over de hele wereld hebben meegemaakt hoe hun taalgemeenschappen werden aangevallen waardoor ook hun vermogen om te spreken werd gebroken. Van de grote koloniale monsteromheiningen tot de subtiele maar wurgende omheiningen van de Tijd, waardoor mensen ophouden hun eigen tijd te ´bezitten´ en in plaats daarvan bijeengedreven worden in de fabriekstijd van het industrieel kapitalisme, is het idee en de actualiteit van gemeenschap op talloze manieren uitgehold. ”Er bestaat niet zoiets als dé maatschappij” – de meest sociopathische leugen ooit geuit door een Britse premier – was de samenvatting van Thatcher toen zij en Reagan met de vakbonden braken. Tientallen jaren heeft de landbouwindustrie de levens en de waardigheid van campesinos in Zuid-Amerika vernietigd, terwijl het neoliberalisme verwoesting uitstortte over de gemeenschappen in de hele wereld. En er zijn ogenschijnlijk onbeduidende voorbeelden die niettemin allemaal bij elkaar van groot belang zijn; in het hedendaagse Groot-Brittannië scheuren de massale sluitingen van kroegen het weefsel dat ooit de gemeenschappen bij elkaar hield..

De koloniale machten beoefenden het beleid van “verdeel en heers”, meestal een scheidslijn trekkend tussen de ene gemeenschap en de andere, maar in de moderne maatschappij is er sprake van een meer geniepig beleid van “versplinter en overheers.” De wereld van massamedia fragmenteert de echte maatschappij in eenzame individuen, passieve ontvangers van informatie, die de namaakmaatschappij van met name de televisie consumeren. Een gevolg hiervan is dat het publiek politieke onrechtvaardigheden die gewoonlijk in de gemeenschappen werden geanalyseerd en waartegen men zich placht te verzetten (zoals gebrek aan voedsel, gebrek aan huizen, gebrek aan brandstof, gebrek aan tijd) nu als louter individuele privé-problemen ziet.

Het is interessant (en niet een weinig verdrietig) dat hoewel de Franse Revolutie verkondigde dat het stond voor drie dingen, slechts twee daarvan (vrijheid en gelijkheid) het hebben overleefd in het politieke debat. Terwijl het derde, broederschap, wordt beschouwd als ouderwets en overbodig. Decennialang heeft de stem van de Verenigde Staten verklaard dat gemeenschapssolidariteit bij tijd en wijlen gevaarlijk is (vakbonden zijn “te machtig en moeten worden vernietigd”) of dat het, zoals broederschap, nogal bekrompen is. Wat, echter, kan meer bekrompen zijn dan de stem van de massamedia? De regenboog van pluralisme (de talloze Ander boven de Ander boven de Ander, het Panorama-Anderszijn waardoor elke gemeenschap voor iemand een ander is) verwerpend, zenden de massamedia alleen zichzelf in mono uit. Nauw. Enkelvoudig. Zeer, zeer dorps in zijn strakke en exclusieve bevoegdheid.

Uiteindelijk zou het Transitie-initiatief gezien moeten worden als een nieuwe formule van een erg oud idee. We zijn onvermijdbaar en glansrijk sociale dieren. We willen kameraadschap. We komen samen, we verzamelen, we kwetteren, we brullen, we zingen, we roepen en we luisteren. Als het Transitie-initiatief versterkend is voor gemeenschappen, komt dat doordat daar een enorme latente energie aanwezig is die kan worden afgetapt, waardoor gemeenschappen de schrijvers van hun eigen verhaal kunnen worden, vol hoop, actief en verlangend, in plaats van wanhopig, passief en cynisch.

Naresh Giangrande, in Totnes, vertelde me over een sessie waarbij ze het thema Persoonlijke Eigendom vormgaven. Persoonlijke Eigendom is natuurlijk een prachtige boemerang van het idee over waar je hoort. Of die plek aan jou kan toebehoren. “Door het Transitie-initiatief,” zegt Giangrande, “kunnen we in het openbaar praten over dingen waar gewoonlijk slechts privé over gesproken wordt. We hebben allemaal een diepe wond wat betreft onze band met de Aarde.”

Het Transitie-initiatief, zegt Giangrande, is “een beweging dat wereldveranderend kan zijn. En het is hartverwarmend om te zien hoe goedaardig en goed de meeste mensen zijn - het doet mijn gemeenschapsgevoel opleven. Het is volledig in tegenspraak met het beeld van de menselijke natuur in de media. Daar wordt het neergezet als inhalig en egoïstisch, competitief, vervelend en asociaal. Dat is een zichzelf versterkende profetie. Wij komen met tegenovergestelde. En wij vragen: wil je met ons meedoen?” Mensen zijn bij elkaar gekomen om dat te doen. Op het moment van schrijven zijn er 146 Transitie-initiatieven, en tegen de tijd dat jij het leest zullen er veel meer zijn.

Eén van haar technieken is de versterking van al wat associatief is, en om te proberen de macht te democratiseren, met een fijn begrip van die bijzondere sociale deugd die dat wat Martin Buber Het Ertussen noemt tracht te creëren.

Wat is dat Het Ertussen? Vruchtbaar, verrukkelijk en machtig, het is de rand van de ontmoeting. De gezamenlijk gecreëerde plaats van zuivere potentie, een samen opwekken van mogelijkheden. Het delicate ontmoetingspunt tussen jou en hem. Tussen hen. Tussen ons. Wat is de geometrie van Het Ertussen? Ik zou het het beste kunnen uitleggen als we naar de kroeg gingen, jij en ik (voor mij een glas rode wijn, zolang het maar geen Merlot is, bah, dat is alsof je koud staal drinkt) en de geometrie van Het Ertussen is zo eenvoudig en direct als de lijn tussen onze ogen over de tafel heen. Het is horizontaal, gelijk, broederlijk. We maken misschien een praatje met een paar oude boeren, en mijn vriend de dominee zou daar kunnen zijn met zijn gitaar en het beste is als de harpist speelt, maar dat doet hij maar heel af en toe.

Warm van gezelligheid en wijn, zou ik dan naar huis kunnen lopen en de tv kunnen aanzetten (behalve dat ik die jaren geleden al heb weggegeven), en Sky News zou me dan een parade van beroemdheden kunnen tonen. Beroemdheden die me stuk voor stuk een klein beetje onbeduidender doen voelen. Een beroemdhedencultuur is het tegenovergestelde van een gemeenschap. Het informeert ons dat slechts een paar onzinhoofden ertoe doen en de rest van ons niet. Geniepig vertelt de televisie me dat ik niemand ben. Als ik ook Iemand was geweest was ik wel op de televisie geweest. Op deze manier heeft de televisie een lage dunk van haar kijkers. De beroemdhedencultuur is zowel oorzaak als gevolg van de lage eigendunk die veel mensen hebben. Dus het niet-erkende individu is gemanipuleerd tot een jaloezie op erkenning. Daarom is het zo veelzeggend dat veel jonge mensen zeggen dat zij later beroemd willen worden. Ze hebben volkomen gelijk.(Bijna). Dat is niets minder dan zij verdienen, want we hebben allemaal erkenning nodig (maar geen roem). We hebben allemaal herkenning nodig (maar hoeven niet “gespot” te worden als we aan het winkelen zijn). We willen allemaal bekend zijn, we hebben nodig dat anderen ons bevestigen, soepel, natuurlijk. Een gemeenschapsgevoel heeft altijd deze familiaire, onopvallende daden van gewone herkenning geboden, en het Transitie-initiatief, zoals elke verstandige gemeenschap, biedt eenvoudig erkenning en vertelt ons dat we allemaal spelers zijn.

“FOUT, VERSCHRIKKELIJK EN GEVAARLIJK” is hoe het Transitie-initiatief omschreven is, het soort kritiek dat je verwacht van iemand uit de olie-industrie of van de schrijver van De Mythe van de Oliecrisis. Anderen hebben het bekritiseerd omdat het onvoldoende de confrontatie aangaat. Er zijn ook punten van kritiek van binnenuit: een spanning tussen hen die de voorkeur geven aan snelle actie en hen die langzame consideratie prefereren, want de beweging is zowel urgent als langzaam. Het is plotseling hervormend, maar toch maakt het gebruik van de subtiele, gevoelige vragende wijze van lange dialogen in gemeenschappen, een heel langzaam proces van het bouwen aan een netwerk van relaties binnen de hele gemeenschap.

In de taal van de klimaatveranderingwetenschap zijn er vele keerpunten, waarop langzame oorzaken zich opeens kunnen openbaren in dramatische en negatieve gevolgen. De conferentie waar ik aan deelnam toen ik de wetenschapper die over zijn ongelukkige zoon sprak ontmoette werd Keerpunt genoemd. Op een bepaalde manier zet het Transitie-initiatief zichzelf neer als een sociaal keerpunt, met dramatische en positieve gevolgen waar de plotselinge wijsheid van gemeenschappen door de koppige onwijsheid van nationale regeringen doorbreekt.

“We doen werk voor de komende generaties,” zegt Giangrande. Je kan een plaats niet in één nacht veranderen, zegt hij, maar je moet nu in de noodzakelijke urgentie van onze tijd beginnen. “We staan op een historisch keuzemoment -onze acties nu zijn van invloed op de toekomst. Nu is het tijd. Het systeem dat we kennen breekt af. Maar deze afbraak geeft altijd nieuwe mogelijkheden.” Het is een catagenesis, de geboorte van het nieuwe uit de dood van het oude. Het proces is “zo creatief en zo chaotisch,” zegt Giangrande. “laat het uitvouwen –sta het toe- de kunst is het niet te richten maar het te bemoedigen. We hebben de A tot en met C van de transitie ontwikkeld. De D tot en met Z moeten nog steeds komen.” Dapper, dit, en zeer aantrekkelijk. Het is katalytisch, dringend, en dynamisch, vooruitstrevend met een levendige vitaliteit maar van vanachter belicht door een ander soort eeuwenoud zonlicht: de menselijke, sociale energie.

Origineel in het Engels, vertaling D4net juli 2009

Orion-magazine houdt zich bezig met milieu, ethiek en waarden. Het wil serieus nadenken over het diepere verband tussen milieu- en sociale en politieke vraagstukken. www.orionmagazine.org