Stephen M. Walt – Foreign Policy
19 januari 2009
[Dit vertaalde artikel is onderaan van commentaar voorzien]
Veel van zijn aanhangers zullen het gedrag van Israël niet bekritiseren, zelfs niet als het zich inlaat met onmenselijke en misleidende operaties zoals de recente woeste aanval op Gaza. Behalve hun begrijpelijke weerzin om wat dan ook te zeggen dat Israëls vijanden zou kunnen helpen, is deze neiging voor een deel gebaseerd op het geloof dat Israëls politieke en militaire leiders uitzonderlijk slim en nadenkende strategen zijn die hun bedreigende omgeving begrijpen en in het verleden succesvol waren tegenover hun tegenstanders. In dat geval heeft het weinig zin om als buitenstaanders achteraf kritiek te leveren.
Dit beeld van Israëlische strategische genialiteit is door de jaren heen gekoesterd door de Israëli’s en het lijkt een geloofsartikel te zijn onder de neoconservatieven en andere fervente aanhangers van Israël in de Verenigde Staten. Het past ook mooi bij het dwarse maar nog steeds populaire beeld van Israël als de eeuwige David kijkend naar een dreigende Arabische Goliath; in deze zienswijze zouden alleen briljante strategische denkers de veronderstelde formidabele Arabische strijdkrachten in slagorde tegen hen opgesteld constant hebben kunnen overwinnen.
Het idee dat Israëli’s één of andere unieke strategische scherpzinnigheid bezitten, weerspiegelt ongetwijfeld een aantal militaire heldendaden in het verleden, waaronder de beslissende overwinningen in de ´Onafhankelijkheids´oorlog van 1948, de snelle verovering van de Sinaï in 1956, de gewaagde gevangenneming van Adolf Eichmann in 1960, de ongelooflijke Israëlische triomf aan het begin van de Zesdaagse Oorlog in 1967, en de dappere redding van gijzelaars bij Entebbe in 1976.
Deze tactische wapenfeiten maken deel uit van een groter plaatje en dat plaatje is echter niet een aardig plaatje. Israël heeft in het verleden ook verscheidene oorlogen verloren – geen van deze, uiteraard, beslissend – en zijn vermogen om geweld te gebruiken om grotere strategische doelstellingen te bereiken is door de tijd heen substantieel in verval geraakt. Dit is waarom Israëli’s vaak spreken over de noodzaak om hun “afschrikking” te herstellen, ze zijn zich bewust dat incidentele tactische successen niet hebben geleid tot verbeteringen in hun algehele veiligheidssituatie op de lange termijn. De aanval op Gaza is slechts de laatste illustratie van deze onrustbarende ontwikkeling.
Wat laat de staat van dienst zien?
In 1956 kwam Israël, samen met Engeland en Frankrijk, met het onbesuisde plan om het Suez Kanaal te confisqueren en het regime van Nasser in Egypte omver te werpen. (Dit nadat Nasser na een Israëlische verrassingsoverval op een Egyptisch Legerkamp in Gaza ervan overtuigd raakte dat het nodig was om wapens van de Sovjet-Unie te krijgen.) Premier David Ben-Goerion hoopte aanvankelijk dat Israël toestemming zou krijgen om de Westelijke Jordaanoever, delen van de Sinaï, en delen van Libanon, te veroveren en te confisqueren, maar Engeland en Frankrijk drukten dat idee onmiddellijk de kop in. De daaropvolgende aanval werd een militair succes maar een strategische mislukking: de indringers werden gedwongen het grondgebied dat ze hadden ingepikt terug te geven, terwijl Nassers prestige thuis en in de hele Arabische wereld een hoge vlucht nam, en voeding gaf aan radicalisme en intensivering van anti-Israël sentimenten in de hele regio. Door deze gebeurtenissen kwam Ben-Goerion tot de conclusie dat Israël zich voortaan zou moeten onthouden van verdere pogingen om zijn grenzen uit te breiden – daarom was hij in 1967 tegen de inname van de Westelijke Jordaanoever– maar zijn opvolgers volgden zijn wijze advies niet op.
Tien jaar later mondde Israëls agressieve beleid richting Syrië en Jordanië uit in de crisis die leidde tot de Zesdaagse Oorlog. De regeringen van Egypte, Syrië, de Sovjet-Unie en de VS dragen ook aanzienlijke schuld voor deze oorlog, maar het waren de leiders van Israël die er voor kozen om deze te beginnen, terwijl ze heel goed wisten dat hun Arabische vijanden geen partij waren voor het IDF en dat ze niet van plan waren Israël aan te vallen. Veel belangrijker is nog dat de Israëlische leiders na de bezetting van de Westoever, de Golan Hoogten en de Gazastrook besloten om met de bouw van nederzettingen te beginnen en uiteindelijk incorporeerden ze deze in een “groter Israël.” Dus 1967 markeert het begin van Israëls nederzettingenproject, een besluit dat zelfs iemand als Leon Wieseltier, waarvan iedereen weet dat hij sympathiek tegenover Israel staat, heeft omschreven als “een morele en strategische blunder van historische proporties”. Merkwaardig genoeg is er over deze gewichtige beslissing nooit openlijk gedebatteerd binnen de Israëlische politiek.
Na de Israëlische bezetting van de Sinaïwoestijn lanceerde Egypte de zogenaamde Uitputtingsoorlog in oktober 1968 in een poging het terug te krijgen. De strijd eindigde onbeslist en de twee partijen bereikten uiteindelijk een staakt-het-vuren in 1970. Deze oorlog was een strategische nederlaag voor Israël, want Egypte en zijn Sovjet-beschermheer gebruikten de wapenstilstand om een raketschild langs het Suez Kanaal te voltooien. Dit raketschild kon de Egyptische troepen bij eventuele pogingen om de Sinaï terug te veroveren. Amerikaanse en Israëlische leiders onderkenden deze belangrijke verschuiving in het machtsevenwicht niet en bleven ervan overtuigd dat Egypte geen enkele militaire optie had. Dientengevolge negeerden ze de vredesvoorstellen van de Egyptische president Anwar Sadat en lieten ze hem geen andere keus dan Israël met geweld uit de Sinaï te proberen te verdrijven. Israël faalde vervolgens de mobilisering van Egypte en Syrië begin oktober 1973 waar te nemen en werd slachtoffer van één van de meest succesvolle verrassingsaanvallen in de militaire geschiedenis. Het IDF herstelde zich en triomfeerde, maar voor een oorlog die eenvoudig te vermijden was geweest was de schade groot.
Israëls volgende misstap was de invasie van Libanon in 1982. De invasie was het geesteskind van de oorlogszuchtige defensieminister Ariel Sharon, die een grandioos schema had samengesteld om de PLO te vernietigen, de vrije hand te krijgen om de Westoever te incorporeren in “Groter Israël” en Jordanië te veranderen in “de” Palestijnse staat. Het was een kolossale strategische blunder: het PLO leiderschap ontkwam aan de vernietiging en Israëls bombardement op Beiroet en zijn medeplichtigheid aan de slachtingen in Sabra en Shatila werden wijd en zijd veroordeeld. En na aanvankelijk door de Sjiieten te zijn begroet als bevrijders van Zuid-Libanon, verlengde Israël de bezetting met harde hand en riep daarmee Hezbollah tot leven, die al snel zowel een formidabele tegenstander werd als een toegang voor Iraanse invloed op Israëls noordelijke grens. Israël was niet in staat om Hezbollah te verslaan en uiteindelijk trok het in 2000 zijn troepen terug uit Libanon. In feite zijn ze verdreven door het steeds effectiever wordend verzet van Hezbollah. Het binnenvallen van Libanon maakte het niet alleen moeilijker om Israëls probleem met de Palestijnen op te lossen, het creëerde ook een nieuwe vijand die Israël tot op de dag van vandaag nog steeds dwarszit.
Aan het eind van de tachtiger jaren ondersteunde Israël Hamas– ja, dezelfde organisatie die het IDF vandaag wil vernietigen – in het kader van zijn langdurige pogingen om Jasser Arafat en Fatah te ondermijnen en de Palestijnen verdeeld te houden. Ook dit besluit heeft een averechtse uitwerking gehad: Arafat erkende uiteindelijk Israël en ging akkoord met onderhandelingen over een twee-staten-oplossing, terwijl Hamas als een nieuwe en gevaarlijke tegenstander weigerde Israëls bestaan te erkennen en met de joodse staat in vrede te leven .
De ondertekening van de Oslo Akkoorden in 1993 bood een ongekende kans om voor eens en voor altijd een eind te maken aan het Israëlisch-Palestijnse conflict, maar de Israëlische leiders lieten na dit moment aan te grijpen. Premiers Jitzak Rabin, Shimon Peres, en Benjamin Netanjahoe weigerden allemaal om het idee van een Palestijnse staat goed te keuren – zelfs Rabin sprak zich nooit openlijk uit over het toestaan van een Palestijnse staat – en Ehoed Barak’s late aanbod van onafhankelijkheid bij de Camp David top van 2000 ging niet ver genoeg. Zoals Barak’s eigen buitenlandminister Shlomo Ben-Ami later toegaf: “als ik een Palestijn was geweest zou ik ook Camp David hebben afgewezen.”
Ondertussen is het aantal nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever tijdens de Oslo-periode (1993-2001) verdubbeld, en bouwden de Israeli’s ruim 400 kilometer aan verbindingswegen op de Westelijke Jordaanoever. Palestijnse leiders en Amerikaanse functionarissen droegen ook bij aan het failliet van Oslo, maar Israël heeft duidelijk de beste kans die het ooit heeft gehad om te onderhandelen over een vredesverdrag met de Palestijnen verknald. Barak liet ook begin 2000 een vredesverdrag met Syrië, dat een gesloten deal leek te worden, ontsporen. In ieder geval volgens president Bill Clinton, die had geholpen bij de totstandkoming ervan. Toen openbare opiniepeilingen aangaven dat het Israëlische publiek de deal niet zou steunen, verloor de Israëlische premier zijn enthousiasme en werden de onderhandelingen een fiasco.
Meer recent hebben de VS en Israël zich samen verrekend. In de nasleep van 11 september, overtuigden de neoconservatieven in de VS, die al sinds begin 1998 druk uitoefenden om een oorlog tegen Irak te beginnen, president Bush ervan om Irak aan te vallen als onderdeel van een grotere strategie van “regionale transformatie”. Israëlische functionarissen waren aanvankelijk tegen dit plan, omdat ze wilden dat Washington in plaats daarvan Iran achterna zou zitten, maar toen ze eenmaal begrepen dat Iran en Syrië de volgende doelwitten waren van de Amerikaanse regering ondersteunden ze het plan met enthousiasme. Prominente Israëli’s zoals Ehoed Barak, Benjamin Netanjahoe, en de toenmalige premier Shimon Peres hielpen mee om de oorlog te verkopen in de VS, terwijl premier Sharon en zijn belangrijkste naaste medewerkers druk uitoefenden op Washington om er zeker van te zijn dat hij niet de moed zou verliezen om Saddam daadwerkelijk omver te werpen. Het resultaat? Een kostbaar moeras voor de Verenigde Staten en een dramatische verbetering in Irans strategische positie. Onnodig om te zeggen dat deze ontwikkelingen nauwelijks in het voordeel waren van Israëls strategische belangen.
De volgende mislukte poging was het besluit van toenmalig premier Sharon om in augustus 2005 unilateraal alle Israëlische kolonisten uit de Gaza terug te trekken. Hoewel Israël en zijn aanhangers in het Westen deze manoeuvre portretteerden als een gebaar van vrede, was dit “unilateralisme” in feite onderdeel van een grotere poging om de zogenaamde Road Map te laten ontsporen, zo het vredesproces te bevriezen, de Israëlische controle over de Westelijke Jordaanoever te consolideren en daardoor het vooruitzicht op een Palestijnse staat voor onbepaalde tijd uit te stellen. De terugtrekking werd succesvol afgerond, maar Sharons poging om vredesvoorwaarden aan de Palestijnen op te leggen mislukte geheel. Ingesloten door de Israëli’s, begonnen de Palestijnen in Gaza raketten en mortieren af te vuren op nabijgelegen steden en toen won Hamas in januari 2006 de Palestijnse verkiezingen. Hieruit bleek de groeiende populariteit van Hamas gezien de corruptie van Fatah en Israel’s voortdurende bezetting van de Westelijke Jordaanoever. Maar Jeruzalem en Washington weigerden de verkiezingsresultaten te accepteren en besloten in plaats daarvan te proberen Hamas ten val te brengen. Weer een grote fout: uiteindelijk verdreef Hamas Fatah uit Gaza en zijn populariteit is alleen maar toegenomen.
De Libanon oorlog in de zomer van 2006 bracht het gebrek aan strategisch denken bij Israel helder aan het licht. Een grensoverschrijdende verrassingsoverval door Hezbollah bracht een Israëlisch offensief teweeg. Deze was bedoeld om Hezbollahs grote rakettenvoorraad te vernietigen en om de Libanese regering te dwingen om zelf Hezbollah hard aan te pakken. Hoe achtenswaardig deze doelen ook mogen zijn, Israëls strategie was gedoemd te mislukken. Luchtaanvallen konden Hezbollahs grote en goed verborgen wapenarsenaal niet elimineren, het bombarderen van burgerlijke gebieden in Libanon genereerde alleen maar meer woede ten aanzien van Israël en verhoogde Hezbollah’s reputatie onder de Libanese bevolking en in de Arabische en Islamitische wereld. Een late grondaanval kon het probleem niet verhelpen, alsof de IDF in een paar weken zou kunnen bereiken wat hen tussen 1982 en 2000 niet gelukt was. Bovendien was het Israëlische offensief slecht gepland en slecht uitgevoerd. Het was evenzeer dwaas om te denken dat Libanons broze centrale regering Hezbollah zou kunnen doen stoppen. Als dat mogelijk was, zouden de bestuurders in Beiroet dat al lang geleden hebben gedaan. Het is geen verrassing dat de Winograd Commissie (een officieel onderzoekspanel aangesteld om Israëls oorlogshandelingen te onderzoeken) Israëls leiders scherp veroordeelde voor hun talrijke strategische fouten.
Uiteindelijk kan men een soortgelijke kortzichtigheid zien bij de aanval op Gaza. Israëlische leiders zeiden aanvankelijk dat hun doel was om Hamas voldoende schade toe te brengen zodat het niet langer Israël zal bedreigen met raketaanvallen. Maar nu geven ze toe dat Hamas door hun aanvallen noch zal worden vernietigd noch ontwapend, en in plaats daarvan zeggen ze nu dat beter toezicht de smokkel van raketonderdelen en andere wapens naar Gaza zal voorkomen. Dit is echter vergeefse hoop. Op het moment dat ik dit schrijf, heeft Hamas een wapenstilstand nog niet geaccepteerd en vuurt het nog steeds raketten af. Zelfs als het snel een wapenstilstand accepteert, worden de raketten en het mortiervuur ergens in de toekomst zeker hervat. Daar komt nog bij dat Israëls internationale imago een zware nederlaag krijgt te verduren. Hamas is waarschijnlijk populairder, en de goede naam van gematigde leiders als Mahmoud Abbas wordt zeer geschaad. Een twee-staten-oplossing – die wezenlijk is als Israël joods en democratisch wenst te blijven en de verwording tot een apartheidsstaat wil vermijden – is verder weg dan ooit. Het IDF presteerde in Gaza beter dan in Libanon, voornamelijk omdat Hamas een minder formidabele vijand is dan Hezbollah. Maar dit doet er niet toe: de oorlog tegen Hamas is nog steeds een strategische misser. En dat er zo’n slachting onder de Palestijnen is aangericht terwijl het geen enkel duurzaam strategisch doel dient is bijzonder laakbaar.
In vrijwel al deze belangrijke gebeurtenissen – en in het bijzonder die van na 1982 – werd Israëls superieure militaire kracht gebruikt op een manier die zijn strategische positie op lange termijn niet zal verbeteren. Gegeven deze troosteloze staat van dienst, is er bijgevolg geen reden te denken dat Israël beschikt over unieke talentvolle strategen of over een nationale veiligheidstaf die consistente slimme en vooruitziende keuzes maakt. Sterker nog, wat misschien het meest opmerkelijk is aan Israël is hoe vaak de architecten van deze rampen – Barak, Olmert, Sharon, en wellicht Netanjahoe – niet uit hun ambt worden gezet, maar juist nieuwe kansen krijgen om hun fouten te herhalen. Waar is de aansprakelijkheid in het Israëlische politieke systeem?
Geen land is uiteraard immuun voor dwaasheden en Israëls tegenstanders hebben tal van afkeurenswaardige daden begaan en zelf tal van fouten gemaakt. Egypte’s Nasser speelde met vuur in 1967 en brandde zich ernstig; koning Hoessein’s besluit om deel te nemen aan de Zesdaagse Oorlog was een catastrofale blunder die Jordanië de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem kostte. En Palestijnse leiders maakten serieuze misrekeningen en begingen onverdedigbare en brute daden bij talrijke gebeurtenissen. Amerikanen maakten belangrijke fouten in Vietnam en meer recent in Irak, de Fransen begingen stomme fouten in Indochina en Algerije, de Britten faalden bij Suez en Gallipoli, en de Sovjets leden zware verliezen in Afghanistan. Israël verschilt in dit opzicht niet met de machtigste staten: soms doet het dingen die bewonderenswaardig en verstandig zijn, en op andere momenten streeft het een beleid na dat dwaas en wreed is.
De moraal van dit verhaal is dat er geen reden is te denken dat Israël altijd goed bedachte strategieën heeft voor het omgaan met de problemen waar het mee te maken heeft. Bovendien lijkt Israëls strategisch inzicht sinds de jaren zeventig gestaag te zijn afgenomen – beginnend met de invasie van Libanon in 1982 – waarschijnlijk doordat het door de onvoorwaardelijke steun van Amerika Israël niet geconfronteerd werd met de gevolgen van zijn acties en Israël gemakkelijk kon zwelgen in strategische illusies en ideologische luchtkastelen. Gegeven deze werkelijkheid, is er geen reden voor Israëls vrienden – zowel joods als niet-joods – om te zwijgen wanneer besloten wordt tot een dwaas beleid. En gegeven het feit dat door onze “bijzondere verhoudingen” met Israël de VS steevast worden geassocieerd met Jeruzalem’s acties, zouden Amerikanen niet moeten aarzelen om hun stem te verheffen om Israel te bekritiseren wanneer het handelt op een manier die niet het Amerikaanse nationale belang dient.
Zij die weigeren Israël te bekritiseren, zelfs wanneer het dwaas handelt, denken zeker te weten dat ze de joodse staat helpen. Ze hebben het mis. En niet te vergeten, het zijn geen echte vrienden, omdat hun zwijgzaamheid, of erger, hun toejuichingen, Israel louter aanmoedigt om zijn potentieel rampzalige gedragslijnen voort te zetten. Israël zou dezer dagen enkele eerlijke adviezen kunnen gebruiken en het zou heel verstandig zijn als zijn meest trouwe bondgenoot in staat zou zijn deze te leveren. Idealiter zou dit advies moeten komen van de president, de minister, en prominente leden van het Congres – zo vrijuit mogelijk sprekend zoals sommige politici in andere democratieën dat doen. Maar het is onwaarschijnlijk dat dit gaat gebeuren, omdat Israëls aanhangers het vrijwel onmogelijk maken voor Washington om iets anders te doen dan telkens weer steun te bieden aan Israëls daden, of deze nu verstandig zijn of niet. En vandaag de dag zijn ze dat vaak niet.
= =
Commentaar
Auteur van bovenstaand artikel, een artikel geschreven vlak na de terugtrekking van het Israëlische leger (IDF) uit Gaza, is de coauteur van The Israel Lobby And US Foreign Policy. Dat boek heeft in 2006 in de VS veel stof doen opwaaien over de wurggreep van de Israëllobby op het buitenlandbeleid van de VS. D4net is het met heel veel zaken die in dit vertaalde artikel staan beschreven beslist niet eens. Om er slechts een paar te noemen: ‘hoe achtenswaardig deze doelen ook mogen zijn´ (bij de aanval op Libanon in 2006)’, ‘Israel doet soms dingen die bewonderenswaardig en verstandig zijn’, dat de twee-staten-oplossing wezenlijk is om Israel ‘joods en democratisch’ te houden, en de opsomming van de veronderstelde heldendaden vóór 1982 in de derde alinea stuit ons tegen de borst. Toch is het verfrissend om te zien dat deze liberale auteur – in tegenstelling tot veel van zijn Europese of Nederlandse geestverwanten - de joodse staat niet op een voetstuk plaatst die boven elke kritiek is verheven, maar – weliswaar vanuit de houding van een Westerse bondgenoot - juist kritisch beoordeelt.
Ondanks het boek over de Israëllobby is het in de VS en eigenlijk ook in Europa nog steeds onmogelijk om een open debat te voeren over Israël. Kan de macht van de Israëllobby aan banden worden gelegd? AIPAC en zijn bondgenoten ontmoeten ook na Bush’ neoconservatieve bewind nog altijd geen serieuze tegenstand bij hun lobbywerk, vergelijkbaar met het CIDI in Nederland. Uiteraard is AIPAC zich er van bewust dat het moeilijker wordt om Israëls zaak te bepleiten. Als reactie hierop nemen ze meer personeel aan en breiden ze hun activiteiten uit.
John Spritzler maakt in een recent gepubliceerd artikel haarfijn duidelijk dat de macht van de Israëllobby van de Amerikaanse heersende klasse komt. Zo lang hun belangen overeenkomen met de Israëllobby zal deze lobby machtig blijven:
<<The American ruling class chooses not to oppose the Israel Lobby because they have no reason to. The Israel Lobby is an instrument (`useful idiots` as Juan Cole puts it) of the American ruling class. The Lobby spreads the lies that the pro-Israel foreign policy requires, and it keeps politicians in line who might otherwise stray from the path. The Lobby is powerful because it does the bidding of the powerful.>>
Zie:
The Israel lobby`s power comes from the US ruling class
