Zaterdag 23 april vindt in de Rotterdamse Pauluskerk de eerste zitting van de Derde Kamer plaats. Middels deze zitting wil men alternatieve plannen die in de maatschappij leven met elkaar confronteren en hoopt men een alternatief platform te creëren waar grote politieke vraagstukken besproken kunnen worden. In onderstaande tekst zet de initiatiefgroep haar bedoelingen en wensen uiteen.
Bijna vijf jaar zijn voorbijgegaan sinds de muren in het oosten van Europa naar beneden kwamen en een heel systeem aan duigen viel. Na aanvankelijke euforie over de nieuwe politieke omstandigheden in de wereld wordt de ontnuchtering door velen als een kater gevoeld. De grote problemen die in de hele wereld leven zijn nauw met elkaar verbonden, ze zijn alomvattend en verreikend.
Eén ding staat voor ons vast en we beklemtonen dat met kracht: we beleven de belangrijkste maatschappelijke veranderingen sinds de Tweede Wereldoorlog. We leven in een nieuw tijdperk. Daarvan is veel nog niet uitgekristalliseerd, maar de contouren zijn reeds zichtbaar. Vandaag is de vraag wat er precies veranderd is; hoe de zaak van de solidariteit er op dit moment voorstaat; en waar wij, die onszelf zien als pleitbezorgers van solidariteit, misschien in de nabije toekomst belanden.
Een nieuwe situatie
Hoe spectaculair de ineenstorting van het 'reëel bestaande socialisme' in Oost-Europa en diverse landen van de Derde Wereld ook mag zijn geweest: dit spektakel heeft geen plaats gemaakt voor een wezenlijk rechtvaardiger maatschappij. Ondertussen is vrijwel iedereen wel duidelijk dat het systeem dat voor 1989 heerste van de inter-Duitse grens tot Wladiwostok, niet de gelijkheid, zeggenschap en morele verheffing bood die het beweerde te bieden. De vroegere socialistische staten werden geregeerd door elites die zich weinig of niets aantrokken van het lot dat het merendeel van hun verpauperende bevolking toeviel. Inmiddels is er onder het reëel bestaande kapitalisme wat dat betreft niets veranderd.
Ook het bestaan van de gemiddelde burger in de zogenaamde Derde Wereld is er niet op vooruitgegaan. Integendeel. Rapport na rapport van VN, Club van Rome en vele onafhankelijke hulpverleningsorganisaties vertellen ons over een tragedie die eigenlijk niet in cijfers te vatten is: elk jaar sterven miljoenen mensen in Latijns-Amerika, Afrika en Azië aan ondervoeding, oorlog en ziekten die in elk rijk land al lang geen slachtoffers meer eisen. Zelfs de Wereldbank, toch allerminst van socialistische subversiviteit te verdenken, meldde begin dit jaar dat in 1993 meer dan een miljard wereldbewoners onder de absolute armoedegrens leefde van 1 dollar per dag en dat ondertussen de rijken van deze aarde alleen maar rijker worden.
Tegelijkertijd schrijven diezelfde Wereldbank en IMF recepten voor aan landen als Nicaragua, Vietnam en Tanzania waarmee het streven naar economische onafhankelijkheid en rechtvaardigheid wordt ingeruild voor een eenzijdige gerichtheid op export en de afbraak van overheidsvoorzieningen: met als gevolg dat de armen zo mogelijk nog armer worden.
Kijken we tenslotte naar onze eigen samenleving, dan is het beeld op het eerste gezicht zo beroerd nog niet. Hier gaan geen mensen dood van de honger; er wordt geen oorlog gevoerd; en je kan zeggen wat je wil, zonder onder de grond of in een kerker te belanden. Met dat alles mag je blij zijn. Maar zelfs in een westerse maatschappij als de Nederlandse - met al zijn welvaart, vrede en vrijheid - leven enkele tienduizenden miljonairs temidden van miljoenen anderen die de kwaliteit van gezondheidszorg, onderwijs en sociale voorzieningen zien afnemen en waarvan bijna een half miljoen mensen geen enkel uitzicht heeft op een betaalde baan.
Op de straat en vanuit de staat groeit de intolerantie tegenover 'vreemdelingen' die op de vlucht zijn voor armoede en oorlog in het land van herkomst; en onder het gros van de burgers is het geloof in 'de politiek' tot het nulpunt gedaald. Voorwaar geen bewijs van aanbeveling voor een gezond functionerende democratie.
Einde van de geschiedenis
Deze situatie wordt door sommigen toegejuicht, en met - misplaatste - trots een vechtmaatschappij genoemd. Vanuit Nederland verdwijnen de belangrijkste industrieën naar andere landen. In de bedrijven die blijven voltrekken zich structurele veranderingen in de organisatie van het productieproces. Het tijdperk van de lopende band is overgegaan in een tijdperk waarin het personeel een enorm aanpassingsvermogen moet opbrengen in een gevarieerd productieproces, voor vaak slecht betaalde arbeid.
Ook in het bedrijfsleven tracht men oude bureaucratische bedrijfsstructuren te vervangen door directe verantwoordelijkheden op laag bedrijfsniveau. Er wordt daarbij van het personeel een nieuwe onderhorigheid aan het bedrijf verwacht; flexibel werken en grotere verantwoordelijkheden zonder men iets meer te zeggen krijgt over het beleid van het bedrijf. Onafhankelijk denken, dat wil zeggen, een denken dat de belangen van baas en bedrijf niet op de eerste plaats zet, komt in een ongunstig daglicht te staan. Onafhankelijk handelen mag, als het tenminste ten dienste staat van winst en rendement. Onafhankelijk denken en handelen op basis van solidariteit lijken eveneens in toenemende mate een besmette gedragsvorm te zijn.
Toch heten Vrije Markt en Liberale Democratie vandaag een succes. De onstuitbare verwestersing van de aardbol brengt vrijwel de hele wereldbevolking het evangelie van de Onzichtbare Hand; en een van zijn meest rumoerige profeten, de Amerikaanse ex-ambtenaar Francis Fukuyama kondigde in één moeite door het einde van de geschiedenis af. Anno 1994 lijkt het er inderdaad op dat de mensheid het slothoofdstuk van haar historie nadert: niet vanwege de door Fukuyama bejubelde overwinning van het liberalisme, maar omdat we moeten constateren dat de problemen van de mensheid nog nooit zo nijpend en bedreigend waren als nu... en dat als wij geen eind maken aan deze problemen, zij vroeg of laat een eind zullen maken aan ons.
Het nieuwe aan de situatie waarin we ons nu bevinden - in tegenstelling tot bijvoorbeeld die van 2000, 200 of 20 jaar geleden - ligt niet in de armoede die zo alom aanwezig is, noch in de oorlogen die in tientallen landen plaatsvinden. Wat deze tijd onderscheidt van zijn voorgeschiedenis, is de terminale aard van de ecologische, economische en politieke problemen waarmee de wereldbevolking te kampen heeft.
Nooit tevoren was de natuur zo uitgeput, vervuild en belast - begin 1992 stelde het Amerikaanse Worldwatch Institute dan ook dat alleen een 'milieurevolutie' en een hervorming van de wereldeconomie een ramp kunnen afwenden. Nooit eerder in de geschiedenis van de mens zagen zo velen die zelf onder, op of even boven het bestaansminimum zweven, voor hun neus of via de wereldomvattende massamedia de steeds toenemende consumptie van zo weinigen. En nooit zo sterk als vandaag de dag tenslotte was het onvermogen duidelijker van politici, ambtenaren en al die andere professionele probleemoplossers om juist deze bestaansbedreigende problemen duurzaam uit de weg te ruimen.
Wat daarbij sterk opvalt is dat de professionele probleemoplossers, ondanks de ook door henzelf gevoelde problemen, in verhoogd tempo doorgaan met de uitputting van de natuur en een vergrote uitbuiting van de mens voorstaan. Of werkelijkheidsgetrouwer geformuleerd: de problemen trachten af te wentelen op natuur en de massa van de mensheid.
Machteloosheid
In het Nederland van 1994 zien brede lagen van de bevolking dat onze huidige leiders niet bereid of in staat zijn om de crises van milieu, economie en politiek op te lossen. We zijn allemaal getuige van de mislukking van het Nationaal Milieubeleidsplan, van de uitbreiding van Schiphol en van de plannen om het Groene Hart en de Betuwe met door grootheidswaanzin gekenmerkte spoorlijnen te doorkruisen. We merken allemaal dat er te weinig betaalde banen zijn, dat uitkeringen amper voldoen om rond te komen en dat middenin de recessie miljardenwinsten worden gemaakt waarvan geen werknemer profiteert.
We zien allemaal dat vele kiezers hun vertrouwen in de heersende politici verloren hebben, dat deze politici zich uitputten in loze beloften en arrogante vermaningen aan het adres van de kiezers en dat hun antwoord aan asociale partijen als de Centrumdemocraten vaak neerkomt op de overname van extreem-rechtse programmapunten. Nogal wat Nederlanders vinden dat het anders moet en het ligt voor de hand dat dit besef zal groeien naarmate de verzorgingsstaat verder wordt ontmanteld, het milieu verder aftakelt en de Europese eenwording de besluitvorming zo mogelijk nog verder dan nu buiten ons bereik brengt. Wat ontbreekt, is een wijdverbreid besef dat het anders kan.
Dat is ook niet zo verwonderlijk. Tegenover de omvang van de problemen; de toenemende kennis die we ervan kunnen nemen via radio, tv en pers; en de radicaliteit van de oplossingen waarom ze vragen, staan namelijk burgers die zich zelden geïsoleerder zullen hebben gevoeld dan nu. We zijn ontdaan van het verwarmende vertrouwen dat Grote Verhalen als christendom en communisme inboezemden; ontnuchterd door de schipbreuk van solidariteitsidealen in Oost-Europa, Derde Wereld en soms ook onze eigen omgeving; en dagelijks geconfronteerd met de boodschap van regenten en ideologen dat we ons moeten gedragen als 'calculerende burgers': aangewezen op nietsontziend eigenbelang, een egoïsme dat - of je nu wint of verliest - eenzaam maakt. Zeker voor wie zich, zoals velen van ons, vastklampt aan een elementair gevoel van verantwoordelijkheid voor zichzelf en zijn medemens. Het is dit gebrek aan evenwicht tussen de last van maatschappelijke problemen en onze individuele draagkracht, waardoor velen zich vandaag de dag machteloos wanen.
Toch zijn er veel mensen die blijven doorvechten voor een gezonder milieu, een rechtvaardiger economie of een democratischer politiek. Zij zijn actief in de diverse sociale bewegingen en politieke partijen die Nederland rijk is, of trachten hun directe omgeving zo sociaal mogelijk in te richten. Stuk voor stuk en allemaal samen voeren ze alternatieven uit die niet langer hoeven te passen in ideologische blauwdrukken en strategische schema's, en die onze kille samenleving een wat menselijker gezicht geven. Maar, en dit is een zeer belangrijk punt voor wie fundamentele verandering ter harte gaat, hun energie wordt verspreid over duizenden initiatieven.
De progressieve politiek die de nieuwe situatie waarin we ons bevinden voorziet van een passend antwoord, zou een alternatief kunnen presenteren dat in ieder geval drie fundamentele zaken biedt: in de eerste plaats samenhang tussen de verschillende problemen die we als prioriteit aanmerken en de uiteenlopende oplossingen die we hiervoor aandragen; vervolgens de bevordering van de samenwerking tussen de diverse bewegingen die op ecologisch, economisch en politiek terrein opereren, en die via overeenstemming over dergelijke prioriteiten vergemakkelijkt wordt; en tenslotte stappen die te behappen zijn voor individuen en lokale groepen en toch passen binnen een vergaande aanpak van de geschetste problemen. Geen van de vele organisaties of partijen waarin we nu actief zijn, kan het alleenrecht claimen op een dergelijk alternatief.
Een nieuwe politiek
Aan de vooravond van de Tweede Kamerverkiezingen van 1994 blijkt dat de gevestigde politiek zeer impopulair is. Het CDA en de PvdA verkeren in een ongekende neergang. De VVD en D'66 hebben echter evenmin de oplossing voor de verreikende en alomvattende problemen paraat. Ook deze partijen, die grote winst in de verkiezingen lijken te gaan behalen, voorzien niet in een nieuwe leidende ideologie met bijbehorend perspectief.
Bij grote delen van de Nederlandse bevolking is onzekerheid over de toekomst ontstaan. Deze onzekerheid wordt sterk in de hand gewerkt door een aanhoudend afbraakbeleid, zonder ook maar enig eindpunt in het verschiet. De onzekerheid over de toekomst wordt versterkt door de indruk dat er een grens is bereikt op tal van maatschappelijke ontwikkelingen. Zelfs al ben je onder de indruk van de Hoge Snelheidstrein, dan nog is het opofferen van weer zoveel vierkante kilometers natuur niet meer acceptabel. Meer glas in de glasbak is leuk als onderdeel van een ingrijpend milieuplan. Als echter tegelijkertijd de uitbreiding van Schiphol doorgaat en de A2 meer rijstroken krijgt, dan is glas inzamelen een demotiverende bezigheid.
Het feit dat veel alternatieven voor het milieubeleid en de toekomst van de welvaartstaat bekend zijn onder grote groepen van de bevolking geeft sociale bewegingen en progressieve organisaties in het algemeen, nieuwe kansen. In deze uitgangssituatie zijn de sociale bewegingen daarom aangewezen op de bundeling van hun, van onze, krachten.
Toekomstvisie
Na het panorama van een nieuw tijdperk geschetst te hebben, belanden we bij het Derde Kamerinitiatief. We stellen ons drie - bescheiden - doelen om de Derde Kamer tot een succes maken. In de eerste plaats de vergroting van het besef van de aard en omvang van de grote maatschappelijke verandering die om ons heen plaatsvinden. Het is zeer urgent om op korte termijn tot een radicale oplossing voor deze verreikende en alomvattende problemen te komen. Daarom zouden we in de tweede plaats graag een sterke impuls geven aan de discussie over een toekomstvisie waarin de onderlinge overeenkomsten worden versterkt en tenslotte willen we bevorderen dat betrokken burgers zélf, op een radicaal-democratische manier, de ontwikkeling van een maatschappelijk alternatief ter hand nemen.
Hoewel er veel meer ideeën en analyses in sociale bewegingen leven, nemen we gemakshalve de vier teksten die in het kader van de voorbereiding van de Derde Kamerzitting zijn gemaakt als vertrekpunt.(*) We brengen daarom hier enkele, in alle teksten van de werkgroepen terugkerende elementen, in herinnering. De teksten zoals die door de werkgroepen democratie, milieu, migratie en toekomst welvaartstaat zijn geschreven, geven een aanzet tot een gezamenlijke kijk op de problemen.
Ten aanzien van de toestand in de wereld lijken niet veel meningsverschillen te bestaan. Als gezamenlijke kenmerken van het inzicht in de nieuwe tijd worden genoemd: de schaalvergroting van de economie op wereldniveau; de gevolgen van deze schaalvergroting voor massa's mensen in de gehele wereld; de vlucht van grote groepen in verre landen en het afbreken van de welvaartstaat naar West-Europees model, dat wil zeggen het verdwijnen van 'het kapitalisme met een menselijk gezicht'. Opvallend overeenkomstig kenmerk is verder dat ingezien wordt dat de bestaande politieke partijen gevangen zitten in dit systeem. Dat is geen uiting van hun eventuele kwaadaardigheid, maar van hun onvermogen. Ze kunnen geen kant uit. Met dit onvermogen tenslotte claimen zij het politieke bedrijf, privatiseren ze de politieke besluitvorming.
In deze teksten is getracht het besef van de grootschalige veranderingen onder woorden te brengen. We nodigen iedereen uit deel te nemen (aan deze schets) van een toekomstvisie. Het gezamenlijk ontwikkelen van een op hoofdpunten gedeelde toekomstvisie verdient in onze ogen de grootste voorrang. Een visie waarin solidariteit de betekenis houdt van 'een voor allen en allen voor een', zonder daarbij ook maar iets van de kleurrijke verscheidenheid te verliezen. Integendeel.
We beschouwen het experiment van de Derde Kamerzitting geslaagd als er temidden van de verzuchtingen over de onzin van de Tweede Kamerpolitiek een interessante discussie over een toekomstvisie wordt gevoerd. Een zitting die de alternatieven voor de Tweede Kamerpolitiek extra leven in moet blazen. Het is ook daarom dat we tien dagen voor de Tweede Kamerverkiezingen dit initiatief starten. In de komende jaren zal de aanzet tot een alternatief regeringsbeleid die in de eerste Derde Kamerzitting wordt gedaan, verder moeten worden uitgewerkt.
Met de Derde Kamerzitting en het verder in ontwikkeling te nemen alternatief willen we tonen dat het anders kan en dat dit door betrokken burgers zélf dient te gebeuren. Echter op een manier, waarin gebroken wordt met de bekende en heilloze politiek die nu in een diepe crisis is geraakt. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, maar het besef dat veel anders moet, is een gezond uitgangspunt om het ook anders te kunnen doen. Voorafgaand aan de uitvoering van een andere politiek streven we naar een alternatieve visie die rekening houdt met de diepgaande veranderingen in de maatschappij en die de positieve elementen daarvan benut.
Verscheidenheid
Door uiteenlopende bewegingen wordt reeds op een interessante wijze gewerkt aan het alternatief. Tegen de afbraak van WAO-voorzieningen, ter bevordering van een vreedzame oplossing van de oorlog in Joegoslavië, tegen de uitbreiding van Schiphol, voor een fatsoenlijke behandeling van vluchtelingen, tegen het opkomend fascisme en tegen de Betuwelijn hebben grote campagnes plaatsgevonden en over sommige onderwerpen vinden nog steeds grote campagnes plaats. Van Amsterdam Autovrij tot Red de Waddenzee gonst het van de alternatieve plannen.
Deze plannen, alsook de vrolijkheid van Loesje, de vastberadenheid van een politieke partij als de SP, de vernieuwzucht van computerclub Hack Tic, de creativiteit van A SEED en de vrijbuiterij van Greenpeace, noemen we hier niet om het boven het werk van anderen te stellen, maar om aan te geven dat elementen van een alternatief reeds bestaan en onderling dienen te worden versterkt.
Tegelijkertijd willen we de politieke creativiteit stimuleren, waarbij de aanvankelijke indruk van onbruikbaarheid of onhaalbaarheid van een idee geen belemmering hoeft te zijn ermee op de proppen te komen. We zijn van mening dat initiatieven die voortborduren op oude ideologieën, organisaties, en sterk vasthouden aan oude identiteiten en grote strategieën grote moeilijkheden zullen hebben om te overleven. Met de aantekening dat de strijdbaarheid voor een sociale en betere maatschappij moet blijven, is het noodzakelijk voortdurend stil te staan bij de koers waarop sociale bewegingen varen. De wil en de kunde temidden van de grote veranderingen de koers aan te passen zal bepalend zijn voor het voortbestaan en de groei van progressieve organisaties.
Eendracht
Want ondanks een veelvoud aan campagnes voor alternatieve politiek bestaat veel onduidelijkheid over de manier waarop de problemen kunnen worden opgelost. Uitgewerkte perspectieven zijn wat dat betreft niet dik gezaaid. Daarom is het belangrijk om ondanks de bekende verschillen van mening over het belang van sommige organisaties zoals de vakbewegingen, en ondanks de meningsverschillen over zaken als milieuheffingen, basisinkomen en medebeslissingsrecht in de bedrijfsvoering, een perspectiefdiscussie te voeren. Daarnaast moet het debat over de bekende meningsverschillen doorgaan om het zoeken naar eendracht en samenwerking in stand te houden.
Het is dáárom dat we in de eerste plaats zoeken naar de overeenkomsten van handelen, zoeken naar een methode om ondanks de verscheidenheid in eenheid te kunnen werken, om in het kader van de Solidariteit met een hoofdletter s vele soorten van solidariteiten gezamenlijk te kunnen praktiseren. En voor wie niet genoeg heeft aan solidariteit om in actie te komen is er altijd nog het welbegrepen eigenbelang. Alsmaar duidelijker wordt het immers dat we niet eeuwig kunnen doorgaan met de uitputting van de natuur. Dit besef maakt dat de zorg voor natuur en medemens steeds minder alleen wordt beschouwd als morele plicht en steeds meer als een rationele noodzaak, een eigen belang. Dus voelen zeer velen in Nederland vandaag de dag wel aan dat het grondig anders moet. De komende jaren zal duidelijk worden hoe dat kan worden vormgegeven.
De ontwikkelingen in de maatschappij zoals die momenteel gaande zijn, brengen als vanzelf een polarisering met zich mee. De sociale verhoudingen worden aan grotere tegenstellingen blootgesteld. Deze polarisering kan dienen om de verhoudingen te politiseren. Politisering is het sleutelwoord om alternatieve politiek in de komende jaren te ontwikkelen. Dat wil zeggen dat de tegenstellingen die er in de samenleving bestaan duidelijk en bij herhaling genoemd worden.
Er moet duidelijk worden gemaakt wie verantwoordelijk zijn voor de maatschappelijke ontwikkelingen en wie er van profiteren. Het in de openbaarheid bespreken van deze verschijnselen evenals het bespreken van de alternatieven om op basis van gelijkwaardigheid een werkelijke keuze te kunnen maken zou de legitimiteit van het politieke bedrijf in Nederland sterk verbeteren.
Dit streven hoeft echter niet aan de gevestigde partijen te worden overgelaten, omdat ze daartoe niet in staat zijn. De gevestigde politieke partijen willen met graagte doen geloven dat iedereen aan de malaise schuld heeft, of fouten heeft gemaakt en dat we de problemen gezamenlijk moeten oplossen. Ze willen de kloof tussen de burgers en de politiek ook graag samen delen. Progressieve groeperingen moeten gebruik maken van dit politieke moment om de eigen mening naar voren te brengen. Niet om de gevestigde partijen een handje toe te steken, maar om tot zelforganisatie en zelfhulp te komen.
Radicale democratie
Kortom, het diskrediet van 'de politiek' heeft algemene vormen aangenomen. Asociale en racistische partijen en bewegingen staan klaar om een harde politiek van sociale ellende te gaan voeren. Dat te voorkomen is van groot belang en we hopen dat te kunnen bereiken door de interesse te stimuleren van velen in het alledaagse politiek maken op lokaal niveau, door de betrokkenen zelf.
Daarbij dient voor ogen te worden gehouden dat ook vele oude vormen van linkse politiek als versleten worden beschouwd. Dat wil niet zeggen dat het solidariteitsbeginsel niet fris en motiverend zou zijn, integendeel, maar ook oude linkse organisatievormen worden gewantrouwd. Het nieuwe is niet een, twee, drie voorhanden of indien aanwezig nog niet ingeburgerd. Daarom is een serieuze inzet geboden, terwijl tegelijkertijd grote terughoudendheid over 'de juiste lijn' op zijn plaats is. We bepleiten in de eerste plaats een open discussiecultuur die uitgaat van sterke doordrongenheid van de situatie, gekoppeld aan een grote relativering van de eigen machtspositie.
Dat lijkt ons de methode om met open vizier de machtspositie van sociale bewegingen en progressieve politiek in het algemeen te versterken. Het bevechten van openheid in de beleidsvoering van het bedrijfsleven en in de staat, maar ook van de eigen politiek is een gezond uitgangspunt om te werken aan alternatieve machtsvorming.
Daarmee raken we een teer punt. Hoe te komen tot een alternatieve politiek of zoals sommigen dat noemen, alternatieve machtsvorming? Wij zijn op dit moment geen voorstanders van een landelijk vastgesteld programma van eisen. De Derde Kamerzitting van 23 april zien we als een - landelijk - startsein voor een discussie van de actiebeweging. Deze discussies en acties leveren ongetwijfeld aangepaste eisen en nieuwe uitgangspunten van handelen op. We willen met respectering van de reeds ondernomen maatschappelijke en politieke werkzaamheden van sociale bewegingen de onderlinge samenhang vergroten. Uit deze contacten en discussies kunnen mettertijd wellicht nieuwe en strikter werkende organisaties voortkomen. Daarvoor is de tijd, volgens ons, nu nog niet rijp.
Het is onze overtuiging dat de decentrale alternatieve machtsopbouw gebaat is bij een werkwijze op plaatselijk en/of regionaal niveau. In de eerste plaats denken we daarbij aan een werkwijze zoals we die in de Derde Kamer proberen vorm te geven. Op deze wijze kan de discussie vanuit de sociale bewegingen zelf worden gevoerd. De sociale bewegingen lijken het best gediend bij een samenwerking op basisniveau, dat wil zeggen om te beginnen in alle dorpen, steden en streken waar de maatschappelijke veranderingen zich in brandende kwesties laten voelen.
Er zijn verschillende vormen van Derde Kamerzittingen mogelijk. Op plaatselijk- of streekniveau over plaatselijke problemen. Een andere vorm van Derde Kamerzitting is die over thema's transport, ruimtelijke ordening en milieu in de vorm van Betuwelijn, uitbreiding Schiphol, Hoge Snelheidstrein, en vele andere zaken.
Een derde mogelijkheid van een Derde Kamerzitting is de satirische Derde Kamer. Daarin wordt op een cabareteske, komische manier de draak gestoken met het politieke bedrijf. Het staat een ieder vrij Derde Kamerzittingen te organiseren. Uitgangspunt van deze zittingen moet zijn; de versterking van de beweging die de strijd aangaat en de bundeling van krachten van groepen en bewegingen op aanverwante terreinen. Het streven naar een nieuw politiek beleid en nieuwe vormen van organisatie voor progressieve organisaties staat daarbij voorop.
Dat het 'derdekameren' een begrip mag worden.
De initiatiefgroep Derde Kamer
Chris Bischot, Henk ten Brink, Remko van Broekhoven, Maarten Davelaar, Jos Derks, Ed Hollants, Guido van Leemput, Piet van de Lende, Rimco Spanjer, Hans Visser, Bart van Wijck, Ida Zeijlmans.
(*) De bijeenkomst is ingedeeld in vier 'termijnen' over de onderwerpen milieu, migratie, toekomst welvaartstaat en nieuwe vormen van democratie. Voor de termijnen hebben vier werkgroepen nota's over de betreffende onderwerpen gemaakt. Als je geïnteresseerd bent of je wilt opgeven voor de dag kun je contact opnemen met de initiatiefgroep Derde Kamer.