Verslag 'Peakoil: De laaste druppel' de discussie

Zelfstudiebijeenkomst over Peakoil
13 april 2008, Amsterdam

georganiseerd door D4net

Deze aantekeningen zijn een samenvatting van de verschillende argumenten die tijdens de bijeenkomst ter sprake zijn gekomen. Niet iedereen was het met alle argumenten eens en de aantekeningen moeten daarom niet gelezen worden als conclusies waar iedereen achter staat.

Systeemverandering

Peakoil is geen reden om bij de pakken neer te zitten en te wachten op het einde van de wereld. De belangrijkste kans is de mogelijkheid om een system shift te creëren. Het huidige politieke en economische model is afhankelijk van groot energiegebruik en begint op zijn laatste benen te lopen. Het is belangrijk om de overgang naar een nieuw systeem de goede kant uit te leiden. Ook mensen als Wilders en Verdonk zijn namelijk uit op een totale verandering. In het Verenigd Koninkrijk hamert bijvoorbeeld de BNP het hardst op peakoil.

Onze energieconsumptie heeft de sociale cohesie in onze de maatschappij weggevaagd. Als er geen overvloed aan energie meer is, zullen mensen veel meer op hun directe omgeving aangewezen zijn. Dit betekent dat ze niet meer langs hun buren heen kunnen leven, maar ook dat de lokale economie een impuls krijgt. Hierdoor neemt onze afhankelijkheid van het systeem waarin we nu leven af.

Peakoil biedt ook kansen voor schonere vormen van energie. Deze zullen het gat tussen vraag en aanbod van het huidige energieverbruik niet kunnen opvangen, maar kunnen wel bijdragen aan een milieuvriendelijker manier van leven. Het kost echter decennia om volledig over te schakelen op alternatieve energie.

Peakoil betekent niet dat de wereld automatisch beter wordt, want het kapitalistische systeem anticipeert ook op deze crisis. Een van de belangrijkste kenmerken van het kapitalisme is innovatie en bedrijven en politiek zullen met alle macht proberen om hun productiemaatschappij voort te zetten. Met name Westerse landen hebben ontdekt dat het heel makkelijk is om crises te gebruiken om rijk te worden.

Transition towns movement

Een van meest inspirerende voorbeelden voor verandering is de transition towns movement in het Verenigd Koninkrijk. Deze mensen wachten niet tot ‘ze’ iets gaan doen, maar proberen hun eigen leefomgeving weer veerkrachtig en minder afhankelijk te maken van fossiele brandstof. Ze bieden steden en dorpen een programma aan om een eigen beweging op te zetten. Ze proberen samen te werken met de lokale politiek, maar inspireren mensen vooral om zelf dingen te doen.

Er zijn nu veertig tot vijftig transition towns in zeer diverse gemeenschappen: van dorpjes tot Bristol. Het blijkt dat mensen geïnteresseerd zijn in verandering als er wordt gekeken vanuit hun eigen leefomgeving.

De mensen van de transition towns movement proberen in een gemeenschap zoveel mogelijk mensen op de hoogte te brengen van peakoil en de gevolgen daarvan. Meestal wordt eerst de film ‘The End of Suburbia’ gedraaid. Voor en na de vertoning van de film worden mensen met elkaar in gesprek gebracht. Op basis van deze discussies wordt er een groepje mensen gevormd dat andere groepjes bij elkaar brengt om op een niet-hiërarchische en open manier te bedenken hoe een transition town op die locatie vorm kan krijgen. Er wordt gekeken naar voedselproductie uit de lokale regio en hoe men in het dorp of de stad zelf energie kan maken. Een transitie kost jaren, dus het is moeilijk om te zeggen hoe succesvol de transition towns in de praktijk zijn.

De transition towns movement voorkomt peakoil niet en ontslaat mensen daarom niet van de verantwoordelijkheid om iets te doen aan het grotere probleem. Gemeenschappen die niet meer afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen, zijn wel crisisbestendig genoeg om anderen te helpen als de gevolgen van peakoil toeslaan.

Het is niet de bedoeling om van dit soort groepen studiegroepen te maken. Het is de bedoeling dat mensen samen aan de slag te gaan. Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar permacultuur, eigen voedselproductie en voedseldistributie.

Er is interesse in het uitwerken van deze ideeën voor de Nederlandse situatie. In Oud-Zuid bestaat al een jaar of twee een transition town groep. Bij het bekijken van de film waren er ongeveer 35 mensen aanwezig en in de loop van de tijd is dit geconsolideerd tot een groep van ongeveer vijftien mensen die maandelijks bij elkaar komen, meestal met ongeveer acht mensen. De bijeenkomst begint over het algemeen met een korte film. Daarna is er tijd voor vragen en discussie. Mensen worden gevraagd om voor de bijeenkomst na te denken over wat ze kunnen bijdragen aan de discussie. De groep is altijd op zoek naar mensen in of nabij Oud-Zuid die de intensiteit van de problemen begrijpen en hier iets aan willen doen. Daarnaast wil de groep ideeën uitwisselen met andere groepen over de vraag hoe je dit soort groepen in stand houdt en hoe in Amsterdam begonnen kan worden met duurzame, biologische en fairtrade productie.

Individueel alternatief versus maatschappelijke tegenbeweging

De vraag komt op of dit soort bewegingen alleen op zoek zijn naar een alternatief dat klaar kan staan om mensen te helpen als de crisis uitbreekt of dat het een springplank is naar het opbouwen van een grote tegenbeweging.

In eerste instantie moet elk individu een radicale keuze maken om te veranderen. Vaak moeten mensen persoonlijk geconfronteerd worden met een crisis voordat ze beslissen tot verandering. Het is interessant om onze energieconsumptie te zien als een verslaving aan olie. Op het moment dat de verslavingssubstantie opraakt, krijg je onthoudingsverschijnselen. Om hier vanaf te komen, moet je jezelf veranderen en niet anderen de schuld geven.

Voor mensen met meer inzicht in de situatie, is het de kunst om voorbeelden aan te bieden die anderen kunnen kopiëren. Door aan te sluiten op de problemen waar mensen tegen aan lopen, gaan deze meer nadenken over hoe ze leven en hoe ze zijn.

Het zoeken naar een totale oplossing voor de hele samenleving heeft weinig zin. Je wordt er vooral moedeloos van. De eerste stap is het ontwikkelen van alternatieven in kleine groepjes. Door netwerken op te bouwen, wordt de overstap tijdens de crisis voor een grotere groep makkelijker.

Het boek 'The Beginning of History’ argumenteert dat er een ‘buiten’ is in het kapitalistische productiesysteem. Ieder individu in de samenleving probeert vormen van gemeenschap te vinden met buren en familie die buiten het kapitalisme omgaan. De botsing van deze twee systemen kan een aanleiding zijn om te kiezen voor verandering. Het is belangrijk om daarbij in te zien dat je niet de enige bent die voor deze keuze staat. Als je de mensen om je heen bekijkt als mensen zoals jij, zie je dat zij ook weten welke ellende er om ons heen gebeurt en precies hetzelfde spanningsveld voelen als jijzelf. Je kunt dan proberen bij deze andere mensen aanknopingspunten te vinden om samen een verandering te creëren.

Bewustwording creëren

Er is nu het begin van een bewustwordingsverandering, maar het gaat erom dat de mensheid in een eenheid gaat denken. Van daaruit moeten mensen werken aan hun eigen deel (‘think globally, act locally’). Het gevaar is dat we denken aan te grote en totalitaire oplossingen, omdat het probleem zo groot is.

Het probleem leeft in de maatschappij. Mensen hebben het er bij de tandarts en op verjaardagsfeestjes veel over. Ze willen iets doen, maar komen niet verder dan het kopen van een spaarlamp. Ze willen nog steeds op vakantie en vlees eten. Bewustzijnsverandering zal daarom niet in een keer gaan.

Veel mensen vinden het probleem te groot om over na te denken. Omdat het overal effect op heeft, voelen mensen zich machteloos en willen ze er liever niet over nadenken. Het is belangrijk om een manier te vinden om hier doorheen te breken. Het helpt daarbij niet om andere mensen te betitelen als onwetend. Als ze de echte crisis ervaren, zal duidelijk worden hoe mensen ermee omgaan.

Het lijkt alsof we het probleem nog niet ervaren, maar op dit moment zijn 30.000 mensen afgesloten van energie en gas, en iedereen klaagt over de benzineprijs. Als je hierop wijst, kun je veel mensen bereiken.

Als je naar de reclame kijkt, krijg je het idee dat bedrijven bezig zijn het klimaatprobleem op te lossen en de bevolking daarmee in slaap sust. Dit beeld klopt niet. Uit onderzoek blijkt dat 87% van de mensen niets gelooft van deze greenwash. Mensen zijn misschien passief, maar niet dom. Ze zetten hun onvrede alleen niet om in activiteit.

Er wordt bezorgdheid geuit over het feit dat de huidige generatie twintigers en dertigers anders denken over de massamaatschappij dan hun ouders. Deze kinderen hebben het milieubewustzijn van hun ouders met de paplepel ingegoten gekregen, maar zijn er niet in geïnteresseerd. Deze generatie vormt het grootste deel van de consumptiemaatschappij en is vooral bezig met uitgaan en een leuk leven leiden.

Als mensen zich bewust zijn van de effecten die peakoil op hun leven (zullen) hebben, is de volgende stap weg komen van de ‘not in my backyard’-manier van denken. Peakoil en klimaatverandering zijn veranderingen die ons overkomen en daar moeten we iets mee. Daarbij wordt het belangrijk om niet alleen te kijken naar de directe problematiek, maar ook naar de manier waarop wij denken en leven.

Mensen bereiken

Sommige klimaatsveranderingen, zoals het smelten van de Noordpool, zijn niet meer terug te draaien. Veel mensen weten dit niet. Iedereen kijkt tv en de beste manier om hen dit te vertellen, zou daarom via de massamedia zijn. De media laat echter alleen zien wat iedereen al weet en kijkt niet naar de achtergrond en analyse van problemen.

Het is belangrijk om mensen te bereiken buiten de massamedia om voor het te laat is. Dit is moeilijk, maar mogelijk. Als je iets via vrienden of bekenden hoort, blijft het vaak beter hangen dan als het van tv komt. Als je dan iets hoort in de massamedia, weet je zelf wat je wel en niet kan geloven.

Mensen vinden het leuk om zelf dingen uit te vinden. Het risico dat we in kleine groepen honderd keer het wiel moeten uitvinden, wordt dan een voordeel. Door te ervaren dat het leuk is om met een groep dingen te ontwikkelen, raken mensen overtuigd en gaan ze hun ervaringen doorvertellen.

Met het actiekamp in Schinveld is veel goede media gehaald. Dit is echter niet bereikt door in de massamedia een oproep te plaatsen om naar Schinveld te komen. Dan was er niemand gekomen. GroenFront is in het bos gaan zitten en heeft geprobeerd om iedereen in het dorp duidelijk maken dat ze mee konden helpen met verzet tegen de kap. Het mooiste moment was dat toen de burgemeester aankondigde dat bos verboden terrein was het voor het dorp de grootste sport was om het bos in te gaan. Toen de ME kwam om het kamp te ontruimen, stonden er zeshonderd mensen in het bos die zich duidelijk lieten horen. Ze waren alleen bereid om zover te gaan, omdat het om hun eigen bos gaat en omdat zij last hadden van die vliegtuigen. Je moet dus aan mensen duidelijk maken welk effect iets op hun leven gaat hebben en dat ze niet moeten wachten tot ‘ze’ iets doen.

Een van de grootste taboes in Nederland is het probleem van de populatiegroei. We moeten zoeken naar een wereld die hiermee om kan gaan.

Wetgeving en politieke actie

Als mensen iets praktisch willen doen, lopen ze vaak aan tegen wetgeving. Veel van wat goed is, mag niet. Er is iemand in Wieringen die al sinds 1974 bezig is om een zelfvoorzienende, energieloze woongemeenschap op te bouwen. Siemens, Philips, ECN en de Europese Unie hebben hun medewerking toegezegd, maar de gemeente heeft het project geblokkeerd vanwege allerlei bezwaren. Een ander voorbeeld is het eco-huis dat gesloopt wordt.

Mensen moeten zich er bewust van worden dat ze zich kunnen organiseren om een weg te vinden om deze regelgeving heen of zich er tegen te verzetten. Mensen zijn echter niet gewend om het heft in eigen handen te nemen en hiervoor is een cultuuromslag nodig.

Een bekend actiemiddel in linkse kringen is de economische boycot, maar er is in Nederland nooit opgeroepen om de politiek of bedrijven hier te boycotten vanwege hun milieueffecten. Je zou hier een positieve draai aan kunnen geven door een alternatief aan te bieden. Je kunt bijvoorbeeld Unilever boycotten en oproepen om biologische groenten te kopen.

Voor acties als boycotten is echter een massa nodig die zich bewust is van de problemen. Op dit moment is die verleden tijd. Misschien is hij er over twintig jaar weer, maar niet nu.

De acties rondom Schiphol worden met name georganiseerd door Milieudefensie en buurtgroepen en zijn niet te vergelijken met wat er aan de hand is rond Heathrow. Waarom is er niet meer radicale actie in Nederland?

Tegen radicalisering wordt ingebracht dat je jezelf buiten de maatschappij plaatst en jezelf maakt tot een curiositeit. Voor radicaliteit pleit dat de problemen radicaal zijn en dus radicaal moeten worden aangepakt. Hierbij is het belangrijk om je te realiseren dat radicaliteit opgevat kan worden als problemen aanpakken bij de wortel of als extremisme.

Als er geen radicale analyses gemaakt worden, kom je op campagnes als die voor het behoud van de Noordpool. Die hebben in de praktijk geen zin, omdat de Noordpool niet meer te behouden is. Organisaties die dit soort campagnes voeren, zitten misschien teveel in het systeem.

Richting conclusies

Veel mensen weten niet wat ze meer kunnen doen dan hun eten kopen in een biologische winkel en een windmolen of zonnecel op het dak plaatsen. Maar als je met tien mensen om de tafel zit die dit ook niet weten, kom je samen misschien met nieuwe oplossingen. Er zijn in het huishouden veel praktische manieren om energiegebruik te verminderen.

Het risico van deze benadering is dat mensen zich niet bewust worden van de radicale vermindering in energiegebruik die nodig is. Door zelf energie te produceren, krijg je echter een beter inzicht in hoeveel energie het kost om alle apparaten aan de praat te houden. Dit leidt wel tot bewustwording.

Ook is het belangrijk dat sociale verbanden worden opgebouwd die deze methodes samen ontwikkelen. Gemeenschappen moeten weerbaar worden, ook tegenover de overheid. Mensen komen misschien niet bij elkaar om over het milieu te praten, maar wel om problemen op de school van de kinderen op te lossen. Dit zijn praktische handvatten waar mensen bereid zijn tijd en werk in te steken. Buren kunnen samen een tuin starten en investeren in zonnecellen, of mensen kunnen ideeën uitwisselen via internetgemeenschappen. Voor het plaatsen van zonnepanelen is al een groep nodig omdat het niet mag en de regels dus veranderd of genegeerd moeten worden.

Het echte probleem wordt echter niet veroorzaakt door het energieverbruik bij mensen thuis, maar door de industrie en landbouw. Daar moet iets aan gedaan worden. De kans dat ‘ze’ dit uit zich zichzelf gaan oplossen, is echter niet groot. Bovendien levert een plan van Shell niet de oplossingen die wij voor ogen hebben. Het grote plan zou ook van ons moeten komen, want elke oplossing die niet van ons komt, zal de volgende afhankelijkheidsrelatie opleveren. Van zelfstandige mensen kan de consumptie/productiemaatschappij nu eenmaal niet leven.

Maar hoe doen we dit als we erkennen dat er geen massabeweging (meer) mogelijk is? Door met kleine groepen te werken aan oplossingen, kunnen grotere organisatieverbanden ontstaan. Arbeiders kwamen vroeger ook in beweging, omdat ze iets aan hun praktische omstandigheden wilden veranderen. Het is prettig als mensen met een laag inkomen alternatieven krijgen wanneer ze afgesloten worden van gas en elektriciteit.

Er is twijfel of het mogelijk is om een grote beweging van onderaf te realiseren. Misschien is het probleem zo groot dat het beter is om te proberen het (imperfecte) politieke systeem te beïnvloeden. Dat luistert echter pas als er 100.000 mensen achter je staan.

In de linkse beweging hebben mensen vaak de neiging om zich op zichzelf terug te trekken en nieuwe geboden te bedenken. Er hoeft echter geen tegenstelling te zijn tussen kleinschalige en grootschalige aanpak. Je kunt alternatieven ontwikkelen tussen grote politieke protesten en voor je eigen stekkie werken. We moeten juist een ontwikkeling bedenken die deze twee met elkaar verbindt. Het is belangrijk dat we voorbereid zijn op de crisis na peakoil en dat betekent dat we ook verantwoordelijkheid moeten nemen om de mensen om ons heen hierop voor te bereiden. Het gaat niet om het autarkisch zijn op zich, maar om het weerbaar zijn tegen hoge olieprijzen.

Verder gaan

Over enkele maanden komt de Nederlandse vertaling van het ‘Transition Towns Handbook’ uit. Dit kan een middel zijn om nieuwe mensen bij dit onderwerp te betrekken. Misschien kunnen mensen uit Bristol uitgenodigd worden om te vertellen over wat zij aan het doen zijn.

In de groep die aanwezig is bij deze bijeenkomst zitten mensen met veel verschillende achtergronden en het zou goed zijn om hier op verder te bouwen. Als wij goed kennis nemen van het probleem en de eensgezindheid hebben om er iets aan te doen, kunnen we dit binnen onze eigen kring verspreiden en vervolgens met argumenten en kennis (politieke) actie ondernemen. Het is een goed idee om een website op te zetten waar mensen informatie kunnen uitwisselen of een vervolg op deze bijeenkomst te organiseren om verder te praten over concrete mogelijkheden.

De initiatiefnemers van deze bijeenkomst lijken de aangewezen mensen om dit knooppunt te organiseren. D4net zal het verslag van de bijeenkomst rondsturen en kijken welk vervolg ze aan deze bijeenkomst geven. De komende maanden organiseren ze nog bijeenkomsten over klimaatverandering en democratie.

Mensen die een bijeenkomst over peakoil willen organiseren, kunnen dat eventueel met hulp van D4net organiseren.