Huiselijk geweld in Libanon en de politieke spanningen

Een gesprek met Nada El Amine van de Libanese Raad tegen Huiselijk Geweld

We ontmoeten Nada El Amine in het café T-Marbouta. Het café was net geopend tijdens ons eerdere bezoek aan Libanon, in september 2006. Het is een ontmoetingsplek van activisten, studenten, vertegenwoordigers van NGO's en anderen, zoals journalisten. In de loop van de dag komen er veel mensen met laptops internetten via het draadloze netwerk dat aanwezig is.
De organisatie tegen huiselijk geweld ontstond tien jaar geleden met als doel het zwijgen te doorbreken, zodat het praten over huiselijk geweld acceptabel werd.

“Het is erg moeilijk voor Libanese vrouwen om op te komen voor hun rechten, omdat er geen enkele wet is waarin die rechten zijn vastgelegd,” zegt Nada. “Elke sekte in Libanon heeft zijn eigen regels over huiselijke omgangsvormen binnen de familie. Zo zijn er problemen met kinderopvang of met het regelen van een fatsoenlijke scheiding en het krijgen van alimentatie. Een goede scheidingsregeling moet vaak worden bevochten bij een rechtbank, waarbij wij de noodzakelijke hulp verlenen. Wij steunen de vrouwen bij het opkomen voor hun rechten. Vaak komen vrouwen in een erg slechte situatie bij ons terecht, waarbij ze al jarenlang zijn misbruikt. Ze hebben geen kracht meer om zich te verzetten en voelen zich geestelijk uitgeput. In die gevallen proberen we een budget te krijgen via de partner of via een andere weg tot regeling van psychologische hulp.
We doen veel aan bewustwordingstrainingen. Bijvoorbeeld om mensen te leren hoe zich te verzetten of te protesteren tegen geweld. Om duidelijk te maken dat dit soort dingen niet mogen gebeuren en dat het niet normaal is. Mensen in onze cultuur denken dat dit hoort bij hun privé-leven en dat dit soort dingen geheim moeten blijven. Anderen hoeven niets van onze problemen te weten te komen. En dat het de familieprivacy bedreigt. Maar we slagen er steeds beter in om te zorgen dat het een issue wordt en dat het niet iets is dat geheim moet blijven. Maar door alle politieke toestanden en de oorlog heeft het geen prioriteit en is het weer meer naar de achtergrond geplaatst. Geen prioriteit voor de mensen die het aangaat en niet voor de NGO's die hen van dienst zouden moeten zijn. Die helpen vluchtelingen of hebben andere urgentere zaken aan hun hoofd.
We zoeken naar wegen hoe verder te gaan onder deze omstandigheden. We hebben een minimaal vreedzaam klimaat in de samenleving nodig om onze activiteiten naar behoren te kunnen uitvoeren. Mensen stellen soms dingen uit, om hun pijn te verdringen. Het persoonlijke leed verdwijnt naar de achtergrond bij de grote nationale crisis die we thans doormaken. Het maakt alles moeilijker.
Sinds de protesten en het begin van het tentenkamp in december 2006 hebben we veel minder geld ontvangen voor onze lopende activiteiten. Dat wordt allemaal uitgesteld omdat ze vinden dat er belangrijkere zaken zijn die aandacht nodig hebben. Terwijl juist de huidige instabiliteit en spanningen in het land het huiselijke geweld bevorderen. Zoals dat er geweld is tussen man en vrouw in de vluchtelingenkampen. Maar je moet het waarnemen; ze komen niet naar ons toe. Ze zitten in een wanhopige situatie en zien geen oplossing meer. Ze kunnen niet bedenken hoe ze zich er uit kunnen redden. Het stond niet in de oorspronkelijke missie van onze organisatie omschreven om naar situaties van huiselijk geweld toe te gaan. De betrokkenen horen naar ons toe te komen. We hebben een hotline in ons centrum en geven professionele hulp; maar uiteindelijk gaan we dus wel naar de plek waar het geweld plaatsvindt toe. We zijn 24 uur per dag bereikbaar. Onze sociale werkers verwijzen de slachtoffers door naar advocaten of psychologen, of wat voor steun dan ook, voor verdere hulpverlening. Soms verwijzen we ze door naar andere organisaties die meer service in huis hebben voor bepaalde problemen. Bijvoorbeeld voor het vinden van werk of van een schuilplaats of een plek waar ze kunnen verblijven.

De in Libanon geldende waarden en normen binnen al de verschillende religieuze sekten maken dat er zich ook specifieke problemen voordoen. Zo hebben bijvoorbeeld vooral gescheiden en alleenstaande vrouwen het moeilijk om zich te handhaven. Ze worden niet beschermd door wettelijke regelgeving of een sociale dienst. Ze worden gestigmatiseerd in dit soort type samenleving. Gescheiden vrouwen met kinderen hebben het helemaal moeilijk, maar als de familie in staat is haar financieel te helpen is de helft van het probleem al opgelost. De andere helft is het sociale stigma en haar persoonlijk leed dat moet worden opgelost. Er zijn dus veel problemen tegelijk en ik denk dat er nog veel werk moet worden verzet op dit gebied. Zelfs nu de vrouwen er op persoonlijk niveau een stuk op vooruit zijn gegaan. Ze proberen hard te werken, te studeren, om onafhankelijk te zijn. Ze hebben een flinke stap vooruitgezet, maar nu moet er voor gezorgd worden dat het ook sociaal wordt geaccepteerd. Zodat vrouwen sociaal gezien dezelfde status hebben als mannen.”

Er zijn in Libanon geen feministische groepen of organisaties van en voor vrouwen actief. Het centrum van Nada is de enige organisatie in Libanon die actief is om op te komen voor vrouwenrechten. Deze pakte het probleem op van het geweld tegen vrouwen en startte centra op voor dienstverlening en counseling, die hen kan helpen. Nada: “Andere organisaties praatten over het huiselijk geweld en maakten het probleem bespreekbaar, maar ze boden geen dienstverlening en hulp aan de getroffen vrouwen zoals wij doen. Wij zetten aan tot actie zodat de vrouw kan rekenen op hulp voor haarzelf en de kinderen. We gaan naar mensen die met vrouwen werken, frontliners. Die met vrouwen werken in de gezondheidscentra, artsen, verplegers en politiemensen. We gingen daar naar toe voor bewustwordingstrainingen. Over hoe problemen op het gebied van huiselijk geweld zijn te detecteren als de vrouw niet spreekt. Deze praktijken waren succesvol en wij denken dat we hiermee veel hebben bereikt.

We zijn bezig om iets op te zetten in het zuiden van Libanon. We hebben nu een project lopen en gaan naar de dorpen en praten over het geweld tegen vrouwen en zetten programma’s op voor bewustwording. En daarna bezoeken we slachtoffers die dringend hulp nodig hebben en gaan we na hoe we hen het beste van dienst kunnen zijn zelfs al hebben we geen centrum in het zuiden. We kunnen bijvoorbeeld regelen dat er een psycholoog of een advocaat eens in de twee weken of een keer per week kan langskomen. We hebben al wel een centrum in het noorden van Libanon. Ik denk dat we er ook in zullen slagen om er een in het zuiden te openen, maar we hebben daarvoor wel menskracht nodig. En dat is erg moeilijk, want we praten hier over dienstverlening en niet over het geven van een lezing daar en dan weer terug. Er moet actie worden ondernomen, het vereist flink wat veldwerk om een hotline op te zetten en alle dienstverlening die daar aan vastzit.
Veel mensen in het zuiden zijn agrarisch onderlegd, hebben weinig scholing genoten en zijn diep religieus. Daarnaast zijn de mannen vaak ook nog actief als strijder in de verzetsbeweging. Al deze zaken bij elkaar maken dat deze families niet makkelijk toegankelijk zijn. Daarom zijn we bezig om te beginnen met mensen in het zuiden te praten die al wat liberaler denken en open staan voor andere visies. We praten met vertegenwoordigers van gemeenten of hebben persoonlijke ingangen via familieverbanden.

Het is van groot belang dat we ook een vertrouwensband kunnen scheppen met ‘de man’ die meestal dader is. Daarom hebben we ook een man in ons bestuur om duidelijk te maken dat we niet discrimineren. Libanon heeft een cultuur waar mannen het voor het zeggen hebben. Mannen zijn dominant aanwezig in de Libanese samenleving en ook de religies zijn belangrijk voor Libanezen. Daarom is het noodzakelijk dat mannen coöperatief zijn. De advocaten die ons helpen zijn overwegend mannen en ook onder onze vrijwilligers zitten mannen. Het is een goed voorbeeld van wat we graag willen zien in de gehele samenleving.”

Het concept van ‘een blijf van mijn lijf huis’, zoals we dat in Nederland kennen, is volgens Nada zeer controversieel in Libanon: “Omdat er veiligheid beschikbaar moet zijn, en dan heb je weer het conflict met de heersende religies. Dan wordt meteen gezegd dat dit niet is toegestaan binnen onze religie. De regering kan dit dan niet ondersteunen, omdat het niet is toegestaan bij de wetten van de verschillende sekten. We hebben het geprobeerd als pilot-project, maar het bleek niet mogelijk, ook al hadden we voldoende sponsors. Dat waren dan vooral subsidies van Europese landen die bijvoorbeeld Europese vrouwen hielpen die met een Libanese man waren getrouwd. We waren met het pilot-project bezig net voor de oorlog van afgelopen zomer en na de oorlog waren er andere prioriteiten. Het zal dus nog wel even duren voordat zoiets echt in gang kan worden gezet.”

Het centrum doet ook publicaties. De nieuwsbrief kan door gebrek aan geld niet meer maandelijks verschijnen. Nada: “In de nieuwsbrieven worden gevallen beschreven uit de dagelijkse praktijk en hoe daarbij hulp wordt verleend, zowel sociaal als juridisch. Op die manier krijgt het publiek een idee van wat voor zaken wij in behandeling hebben en hoe we daar mee omgaan. We hebben ook publicaties met eigen onderzoek dat we hebben verricht, bijvoorbeeld over eerwraak.”

Abortus is in Libanon nog niet bespreekbaar. En het centrum wil daar ook nog niet aan, omdat er zo verschrikkelijk veel problemen zijn dat er geen energie aanwezig is om die strijd te voeren. Het is iets wat ook sterk verzet zal oproepen bij de sekten. Zelfs als de vrouw heel open-minded is zal ze haar religie volgen. Nada: “Daarom laten we het nu liggen als iets wat een privé-zaak is totdat we het bespreekbaar kunnen maken. We hebben wat dat betreft veel ervaring opgedaan met het burgerlijk huwelijk. Hoewel we veel steun hadden van sociale gemeenschappen en andere NGO's, en zelfs van mensen binnen de regering, is het niet gelukt om dat er door te krijgen. Het verzet van de sekten was te groot. Mensen die een burgerlijk huwelijk willen, gaan naar Cyprus of een Europees land om te trouwen en laten zich hier registreren. Het zal inkomsten voor het land opleveren als het wordt toegestaan. En ook bij huwelijken tussen mensen van verschillende religies is het noodzakelijk dat er een burgerlijk huwelijk komt, die wijken nu vaak uit naar het buitenland. Het zal ook een voorbeeld zijn voor de hele wereld als we er in slagen, want we leven hier in een land met 17 verschillende religieuze groepen. Dan zal er communicatie mogelijk worden tussen de verschillende religies en verliezen de sekten hun greep op het leven van de mensen. Mensen van buiten wijzen altijd op dit zwakke punt van de Libanese samenleving, en vooral Israël, omdat zij problemen hebben met de Palestijnen. Als het ons lukt om met 17 verschillende sekten samen te leven en onderling te kunnen communiceren hebben ze geen reden meer om dat ook te doen, nietwaar? Het is niet alleen aan ons. Het is ook politiek. De politiek van de regio en de internationale politiek.”

“De mensen in westerse landen hebben hun rechten. Ze hebben een liberaal en sociaal systeem en dat werkt. Maar hun politieke systeem is afhankelijk van hun activiteiten daarbuiten, dat is de wereld die betrekking heeft op andere samenlevingen en mensen. En soms is er oog voor de mensenrechten; sommige mensen zijn eerlijk. Maar dat kan niet gezegd worden van de buitenlandse politiek van de VS, omdat je hun intenties niet weet. Ze hebben hier belangen en het kan ze helemaal niets schelen of wij wel of geen rechten hebben hier. Om te beginnen zouden ze ons onze politieke rechten moeten geven. Behandel ons als vrije mensen en dan kunnen we verder. Natuurlijk kunnen we prima werken met sociale organisaties uit de VS, zoals mensenrechtenorganisaties, omdat het van de mensen is en niet van de regering.

Ik denk dat we ons niets moeten aantrekken van de propaganda uit de VS over het zogenaamd brengen van democratie en rechten voor vrouwen. We moeten het niet in ogenschouw nemen op sociaal niveau, omdat ze niets weten over hoe het er aan toe is op de lagere niveaus. Hoe de situatie is bij de lagere klassen en op het platteland, anders zullen ze Hezbollah anders gaan behandelen, omdat Hezbollah een partij is die vanuit de bevolking in het zuiden is ontstaan. Het was niet Iran die hier kwam en Hezbollah oprichtte als een verzetsbeweging hier. Het kwam vanuit de mensen, vanuit de boerenbevolking, vanuit de mensen die jarenlang hebben geleden onder de Israëlische invasies van hun leven en onder hun bezetting. En als gevolg van dit alles ontstond Hezbollah. En natuurlijk heeft ze steun vanuit het buitenland, maar werd niet opgebouwd als een terroristische of anti-westerse organisatie. De bevolking vindt dat ze in haar recht staat om zich te verdedigen en dat anderen niet het recht hebben om zich te mengen in hun bestaan, hun leven en hun bestemming; en hen hun rechten en zelfs hun eigen land te ontnemen. Net als wat ze met de Palestijnen hebben gedaan. Hun land ontnemen en mensen doden. De mensen in het zuiden van Libanon zijn nog altijd niet goed beschermd, de grens met Israël is nog steeds niet veilig. Dit zijn mensen, als je het hebt over mensenrechten moeten deze mensen worden beschermd. Als jullie vinden dat Israël moet worden beschermd dan moet er ook voor worden gezorgd dat deze mensen worden beschermd. Er kan niet worden gediscrimineerd tussen mensen. Democratie betekent geen bezetting, geen invasie, het betekent niet dat wie er tegen hun regels of hun mening is, deze niet democratisch zou zijn. De definitie van democratie voor de Amerikanen is verschillend met de manier waarop ze het hier voorstellen en hoe het in hun eigen land is geregeld. In hun eigen land staan ze toe dat mensen stemmen en dat ze hun stem kunnen verheffen. De mensen zijn vrij te zeggen wat ze willen. Maar voor ons is dat niet toegestaan. We worden beschouwd als een vijand en een doel om te bestoken, in ons eigen land. Dit is wat er is gebeurt in Irak. Saddam Hoessein was een dictator. Het is niet de rol van de VS om dat land binnen te vallen en Irak te bevrijden. De Irakezen die onder het dictatorschap leefden hadden moeten vechten om zich van hun dictator te ontdoen en veranderingen aan te brengen in hun eigen land. Ze ontnemen de Irakezen al hun rechten om hun land te domineren en om olie veilig te kunnen stellen. Zelfs als Libanezen kunnen we het oneens zijn met elkaar. We kunnen het oneens zijn met de politiek van Hezbollah. Het is aan ons als Libanezen om daarover te beslissen. Ik kan niet tegen Hezbollah zijn omdat de VS wil dat ik dat doe. Ik ben tegen Hezbollah, omdat ik tegen religieuze partijen ben en tegen fanatici. Ik geloof in vreedzame acties, maar soms maak ik excuses voor ze. Als mensen voor lange tijd worden vernederd dan moeten ze hun rechten kunnen verdedigen.”

Nada zegt, dat ze ook onder de huidige moeilijke omstandigheden optimistisch blijft. Ze groeide op in de tijd van de burgeroorlog, ze was 15 toen in 1975 de burgeroorlog uitbrak. Ze wil niet dat haar dochter (18) die nu naar de universiteit gaat hetzelfde overkomt als wat haar overkwam. Haar lijden bestond eruit dat de oorlog ingreep op de vele beslissingen in haar toenmalige leven. Ze week uit naar het buitenland om te studeren en te trouwen. “Het was noodzakelijk en ik had geen keuze. Ik kon niet bij mijn familie blijven. Er is niets erger dan oorlog. Als kind groeide ik op nabij de grens met Israël en ons dorp werd regelmatig elke nacht gebombardeerd en ik was verschrikkelijk bang. Er was niemand om ons te beschermen en niemand om enig verzet te bieden. Het ontberen van veiligheid geeft vreselijk veel stress. Vroeg of laat moet je je daartegen verzetten. Maar op termijn moet er wel een uitzicht zijn op een compromis anders is het aan beide kanten niet vol te houden. Er moet een oplossing komen. Al was het maar voor mijn kinderen.”