Lwaakuba Abataka - Soga

  • warning: Missing argument 1 for views_bonus_audio_player() in /var/www/drupal5-modules/views_bonus/views_bonus.module on line 687.
  • warning: Missing argument 2 for views_bonus_audio_player() in /var/www/drupal5-modules/views_bonus/views_bonus.module on line 687.
  • warning: Missing argument 3 for views_bonus_audio_player() in /var/www/drupal5-modules/views_bonus/views_bonus.module on line 687.
  • warning: Invalid argument supplied for foreach() in /var/www/drupal5-modules/audio/audio.module on line 1313.

Secular Music from Uganda 1950 & 1952
Opnamens van een van de pioniers op het gebied van ethnomusicologische muziek Hugh Tracey. Hugh Tracey zag het als zijn taak de rijke variatie van muziek uit Afrika, aan de wereld en ook de Afrikaanse volkeren zelf, te openbaren. Hij richtte in 1957 de Internationale Bibliotheek voor Afrikaanse Muziek (ILAM) op. De belangrijkste serie opnames die hij op plaat uitbracht was de 'Sound of Africa'. Deze serie bereikte een totaal van 210 uitgaven tot zijn dood in 1977. Veel van de muziek is nooit verder gekomen dan afdelingen op Universiteiten die beroepsmatig met deze muziek bezig zijn.
Een deel van de opnames is de laatste jaren uitgebracht op cd (meer dan 20 tot nu toe) door het in Utrecht gevestigde SWP records. Oorspronkelijk zijn de opnamens op plaat uitgeven in de jaren '50. Het is uit de tijd dat er nog geen stereo bestond.
Het nummer dat je hier hoort wordt gezongen door mannen van het Waibi en Soga volk. Ze worden begeleid door drie 'budongo' likembe een soort duimpiano. Opnamens gemaakt in 1950 in Butembe, Bunya Couty, Oeganda. De zanger verhaalt over overleden bekende mensen van het district en stelt dat de dood iedereen overkomt.

Hugh Tracey

Hugh Tracey began studying African music in 1920, when he arrived from Devonshire, England in Southern Rhodesia (now Zimbabwe) to farm tobacco with his older brother Leonard who had been allotted land as a serviceman wounded in the First World War.
He learned the Karanga dialect of the Shona language by working with Karanga farm workers in the fields. He soon developed a love for their music and was convinced of the enormous value of music in their lives. Almost immediately, however, he became aware of the resistance of the colonial community, in particular those in education, the church and government, to any suggestion that Africans had any culture or music that was worthwhile. He knew from personal experience that this attitude was mistaken, and this was the trigger for his life’s work.

Hugh TraceyHugh Tracey