16 spetember, En Nabit Chit

Vroeg op en op weg naar de Bekaavallei, een regio die zwaar geleden heeft onder de oorlog. Onderweg gedwongen de oude weg van Beiroet naar Damascus te nemen, omdat Israël op diverse plekken de snelweg heeft gebombardeerd onder andere een lange brug. Van het deel richting Syrie ontbreekt nu de helft, richting Beiroet zit precies halverwege een enorm gat. Vreemd genoeg kan het verkeer op de oude weg gewoon rijden, al zorgt het wel voor vertraging. Deze weg blijkt nergens gebombardeerd te zijn.

Ook in de Bekaavallei het zolangzamerhand vertrouwde beeld van uitgebrande bezinestations. Hoe dichter bij Baalbek hoe groter de schade. Voor Baalbek verlaten we de snelweg en rijden richting de bergen in het oosten, naar En Nabit Chit, een klein dorp dat ook getroffen is door de oorlog. Het is het dorp met een prachtige moskee, de rustplaats van de tweede secretaris-generaal van Hezbollah El Musawi, de voorganger van Nasrallah die samen met zijn vrouw en jongste zoon in een soort tombe middenin de moskee ligt. In de moskee schilderijen van Nasrallah en verder een vitrine met allerlei Hezbollah-prullaria. Daar raken we in gesprek met wat waarschijnlijk de beheerder is. De prullaria worden niet verkocht, je kunt aanwijzen wat je wilt hebben en vervolgens geheel naar eigen inzicht al dan niet een donatie geven in de daarvoor bestemde bus die boven de vitrine hangt. Een van ons vraagt wat voor een moskee dit is.

De man vertelt. Het is 1996, Abbas El Musawi(de tweede leider van Hezbollah, Nasrallah was een leerling van hem) staat op het punt af te reizen richting Zuid-Libanon voor de jaarlijkse herdenking van een Sheik, moskeebestuurder, die als eerste de mogelijkheid van gewapende strijd heeft geopperd onder de binnen Hezbollah nu legendarische woorden: ”Verzet is bewapening, vrede is een kwaliteit”.
El Musawi voelt zich al een paar dagen niet lekker en is een dag eerder bij de huisarts geweest om zich te laten onderzoeken. Toch is hij vastbesloten te gaan. Hij heeft ooit gezegd de herdenkingsdienst ieder jaar persoonlijk te willen leiden en wil zich aan zijn woorden houden.
Zijn vrouw heeft altijd gezegd samen het hem te willen sterven en staat er nu op met hem mee te gaan. El Musawi besluit zijn oudste zoon mee te vragen. Deze echter is ook ziek en wil daarom liever niet mee. El Musawi besluit daarop zijn jongste zoon mee te nemen. Ondanks het gevaar van liquidatie door Israel heeft El Musawi altijd in het openbaar gereisd, samen met zijn vrouw en vergezeld van een aantal kameraden.

Tijdens de herdenkigsbijeenkomst verschijnen Israelische helikopters hoog in de lucht, wat ongebruikelijk is voor een dergelijke bijeenkomst. De aanwezigen slaan er verder niet al te veel acht op, en El Musawi begeeft zich na de bijeenkomst naar de zoon van de Sheik en vraagt hem of hij nog verzoeken aan zijn vader heeft. Daarna gaat hij op bezoek bij een oude vrouw wiens zoon al geruime tijd vast zit in een Israelische gevangenis en belooft haar alles in het werk te stellen de zoon vrij te krijgen.
Als het gezelschap de bijeenkomst verlaat geeft El Musawi aan naar Beiroet te willen. Zijn kameraden vragen hem of hij niet bang is. Dat is hij niet. Zij dringen er bij hem op aan niet te gaan. Hij mag dan wel niet bang zijn, zij zijn dat wel en hebben vrouwen en kinderen die ze niet alleen achter willen laten. El Musawi wendt zich tot zijn zoon en zegt: ‘Als je bang bent voor de vliegtuigen, pak dan een steen en gooi hem naar hen’. De jongen bukt zich, pakt een steen en gooit deze naar een van de helikopters. Het gezelschap rijdt vervolgens weg richting Beiroet.

De tocht voert door heuvelachtig gebied, bij een bocht in een afdaling moet de auto met El Musawi en zijn gezin vaart minderen. Plotseling verschijnen drie helikopters vanachter de heuvel die het vuur openen. El Musawi’s auto wordt getroffen door een raket die een hitte produceert van ruim 600 graden Celsius. Gedurende 20 minuten worden de kameraden die te hulp willen schieten door de helikopters met geweervuur op afstand gehouden. Van El Musawi, zijn vrouw en zijn geheel tot as vergane zoon rest weinig anders dan enkele botten. As en de restanten worden bijgezet in de moskee van En Nabit Chit. Het autowrak staat buiten de ommuring van de moskee.

Gedurende de oorlog worden in het dorp zes huizen door Israelische raketaanvallen verwoest. In een van de huizen verbleven twee gezinnen die het oorlogsgeweld in het zuiden waren ontvlucht. Bij deze aanval komen twaalf mensen om.

De moskeebeheerder biedt ons nog iets te drinken en te eten aan, maar omdat we nog veel andere afspraken hebben wordt zijn aanbod vriendelijk van de hand gewezen. We rijden naar beneden door het dorp als onze auto tot stoppen wordt gedwongen. We komen blijkbaar niet zonder meer het dorp uit. Bij de bestuurder melden zich nog twee mannen, van Hezbollah. Er wordt wat heen en weer onderhandeld en we worden gedwongen achter een Hezbollah-lid op een scootertje aan te rijden. Hij dirigeert ons naar het hoogst gelegen huis van het dorp, althans dat wat er van over is. Drie verdiepingen gereduceerd tot een berg puin. Vervolgens begeleidt hij ons weer naar beneden, onderweg nog even geholpen door een geblindeerde Mercedes met daarin twee vrouwen. Even plotseling als ze veschenen waren verdwijnen ze weer en we kunnen ongestoord verder naar Baalbek. Onze gids en chauffeur zijn er van overtuigd dat, als we de uitnodiging om wat te drinken en eten hadden aangenomen, we waarschijnlijk pas aan het eind van de dag het dorp hadden kunnen verlaten.