Door: Ed Hollants, Amsterdam 04-09-2006
Het is inmiddels 5 jaar geleden dat op 11 september al Qaeda toesloeg in de VS. Als gevolg daarvan nam de Bush-regering met name gesteund door de neo-conservatieven haar kans waar om haar agenda door te drukken. Een agenda die bestond uit een hervorming van het Midden-Oosten. Deze hervorming bestond onder andere uit een ‘regime change’ van landen als Afghanistan, Irak en Iran en de volledige steun aan Israël in haar conflict met de Palestijnen. Wat is er na 5 jaar van terecht gekomen?
Om de plannen uit te voeren, die ook militaire ingrepen mogelijk moesten maken, was de steun nodig van de Amerikaanse bevolking. De aanslagen van 9/11 brachten een enorme schokgolf teweeg in de VS. Verdriet, woede, angst en onzekerheid van de bevolking zorgden voor de steun aan de plannen die met een enorme zelfverzekerdheid werden gebracht door de Bush-regering.
Er was naast al Qaeda sprake van een ‘as van het kwaad’, die bestreden moest worden: Irak, Iran, Syrië en Noord Korea. De ook wel Bush-doctrine genoemde plannen voor het Midden-Oosten bestaan uit de ‘pre emptive strike’ en het vestigen van democratie en vrijheid (‘vrije markt’). De macht van de VS moest bewust ingezet worden om de wereld naar haar beeld vorm te geven. Van meet af aan was duidelijk dat het niet om de bestrijding van terreur ging maar om de hegemonie van de VS uit te breiden en veilig te stellen voor de toekomst.
Kritiek op de plannen was er niet en vragen over wat er nu precies gebeurd was op 9/11 werden nauwelijks gesteld, laat staan beantwoord. Dit, ondanks dat er vanaf het begin zeer twijfelachtige verklaringen van de Bush-regering kwamen.
In de rest van de wereld was er in eerste instantie een enorm medeleven met de bevolking van de VS. Zelfs in Iran gingen duizenden mensen met kaarsjes de straat op. Sympathie voor al Qaeda was er weinig, wel werd vanaf het begin gesteld dat al Qaeda niet uit het niets kwam vallen en dat het van belang was om te kijken wat de voedingsbodem is, waar vanuit deze organisatie ontstaan was.
Door 9/11 ontstond een momentum waarop de VS, als enige overgebleven grootmacht, het initiatief hadden kunnen nemen tot een stabielere vreedzamere wereld. In plaats daarvan zetten de VS een agressieve politiek in. ‘Wie niet voor ons is, is tegen ons’. Mensen van Arabische afkomst werden in de VS voor het gemak maar als verdacht gezien. Middels de Patriot-act werd inbreuk gedaan op wezenlijke vrijheden en burgerrechten die altijd aan de basis van de VS samenleving hadden gestaan.
Tegenstanders zullen met militaire middelen aangepakt worden.
Afghanistan was het eerste land dat ermee te maken kreeg. Verliep de aanloop tot deze oorlog nog ‘probleemloos’, dat was bij de volgende oorlog tegen Irak wel anders.
Het verlies aan steun
De voorbereiding van de oorlog op Irak stuitte binnen de VN op veel weerstand. Het doordrukken van de oorlog heeft gezorgd voor een uitholling van de legitimiteit van de VN. Het blijft ongelooflijk hoe ook serieuze media in Europa de toespraak van Powell in de VN-raad slikte. Na jaren onderzoek waarin zeker na 9/11 elke steen die omgedraaid kon worden ook omgedraaid is, wist Powell niet verder te komen dan het tonen van een paar wazige foto’s en een geknipt citaatje van een opgevangen gesprek.
Het vervolg is bekend. Er kwam een inval in Irak. Het bleek dat al het aangevoerde bewijs over massavernietigingswapens geen hout sneed en vaak was vervalst. Hetzelfde gold voor een verband tussen al Qaeda en Irak. De kritiek die toen al gegeven werd, zoals dat er geen duidelijk plan was voor de wederopbouw en er te weinig militairen aan de grond waren, kwam ook uit. Het ook al voorspelde gevolg, chaos en burgeroorlog, evenzo.
En mochten er al mensen zijn die de inval als noodzakelijk kwaad zagen, de martelingen, verkrachtingen en moorden door VS soldaten en de aanval op Faludja, de stad in Irak die bijna met de grond gelijk werd gemaakt, hebben elke rechtschapenheid van de VS-soldaat en de VS ontnomen.
De agressieve politiek die de VS vanaf 9/11 inzetten, zorgde ervoor dat een paar maanden erna in het grootste deel van de wereld geen enkele steun overbleef. Met de inval in Irak haakten ook veel Europese landen af. Eén van de uitzonderingen was Nederland (Nederland was ook één van de weinige landen die de VS steunde in het tegenhouden van een oproep tot volledig staakt-het-vuren in Libanon).
Nu na 5 jaar lijkt eindelijk ook binnen de VS een verschuiving plaats te vinden in de politieke steun voor het Irak-‘avontuur’. Voor het eerst geven opiniepeilingen aan dat een meerderheid van de geïnterviewden de oorlog in Irak niet meer onlosmakelijk verbonden zien met de oorlog tegen terreur. Dit, juist op het moment dat Bush weer verkondigt, dat een overwinning in Irak de meest belangrijke stap is in die oorlog. Het lijkt erop dat hij steeds geïsoleerder komt te staan. Het zijn niet alleen de kiezers die zich afwenden, maar ook politici in republikeinse kringen en opiniemakers.
De angst zit er goed in bij de republikeinen, dat ze de senaatsverkiezingen van november a.s. gaan verliezen vanwege de oorlog in Irak. Dat het democratisch kopstuk, de senator Joe Lieberman van Connecticut, al in de voorverkiezingen verloor om zijn steun aan de oorlog in Irak, heeft de republikeinen aan het denken gezet. Speelde bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen van vorig jaar het buitenlands beleid uiteindelijk toch niet zo’n grote rol, nu lijkt dat wel zo te zijn. Je zou kunnen zeggen dat een aantal republikeinen als ratten het zinkende schip verlaten.
Ook de militaire top gelooft er niet meer zo in. Was er bij de tweede
termijn-verkiezing van Bush nog iets van ‘even doorbijten en dan zal het beter worden’, nu is de stemming dat het een verloren zaak is en men beter uit Irak weg kan gaan. Hier en daar zijn al geluiden te horen dat de VS serieus kijken naar een opdeling van Irak. Hoe het ook zij, het is voor de VS een ‘loose-loose’ situatie.
De verloren ‘oorlog tegen terrorisme’
Afgelopen half jaar hebben diverse ‘think tanks’ en terrorisme-deskundigen verklaard, dat naar hun mening de VS de oorlog tegen terrorisme aan het verliezen zijn. Het gevolg van deze oorlog is een verschuiving van de krachtsverhoudingen binnen het Midden-Oosten.
Chatham house, een onafhankelijke ‘think tank’ uit Londen, heeft net een rapport gepubliceerd: ‘'Iran,Its Neighbours And Regional Crises’, waarin gesteld wordt dat de vroegere rivalen van Iran, de regimes van Afghanistan en Irak, door het optreden van de VS verdwenen zijn en er geen stabiele regeringen voor in de plaats zijn gekomen. Het gevolg is, dat de oorlog tegen terreur ervoor gezorgd heeft dat Iran haar macht kan uitbreiden. De conflicten in Libanon en Gaza hebben ervoor gezorgd dat de invloed van de VS nog verder vermindert.
Tot voor kort waren het vooral de VS die bepaalden wat er gebeurde in het Midden-Oosten; nu is Iran, als de meest invloedrijke macht, de VS aan het voorbij streven.
Ook in een artikel uit de Christian Science Monitor, A weaker US hand in the Mideast, waarin tal van deskundigen om hun mening is gevraagd, komt het beeld naar voren van de VS die op haar retour zijn ten gunste van Iran en Islamitische bewegingen. Ook hier wordt de oorlog in Libanon als zeer schadelijk gezien omdat dat land juist een pro-westerse koers begon te varen en nu daar grote vraagtekens bij plaatst.
Wat het gevolg is van de ‘oorlog tegen het terrorisme’ op de publieke opinie in het Midden-Oosten, geeft een onderzoek aan onder 1700 Egyptenaren van het Ibn Khaldun Centre uit Cairo. Er werd gevraagd naar waarderingscijfers voor politieke figuren uit het Midden Oosten. De uitslag: Hezbollah-leider Nasrallah nummer één met 82% waardering, gevolgd door de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad met 73%, Khaled Meshal van Hamas, die in Damascus kantoor houdt, 60 % en Osama bin Laden 52 %. De enige seculaire figuren die de top-tien halen zijn de Palestijnse Marwan Barghouti die in een Israëlische gevangenis zit met 31 % en de Egyptenaar Ayman Nour, die in een Egyptische gevangenis zit, met 29 %.
Ondertussen blijkt na 5 jaar eindelijk ruimte te komen om vragen te stellen over wat er nu precies gebeurde op 9/11. Het was tenslotte de directe aanleiding tot ‘de oorlog tegen terreur’ en de Bush-doctrine. Naast fanatieke conspiracy denkers zijn er tal van feiten aan het licht gekomen uit gedegen onderzoeken, die het rechtvaardigen om veel wat de Bush-regering verklaarde in twijfel te trekken. De mainstream pers in Europa , die er tot nu toe over zweeg, waaronder nationale tv stations, zenden rond het lustrum documentaires uit over onderzoeken naar de toedracht van 9/11, gebaseerd op feiten. Ook in de VS is er wantrouwen tegen de lezing van Bush. Dit kan op den duur voor Bush tot zeer vervelende gevolgen gaan leiden, waarbij Watergate in het niets valt.
Scheuren in de hegemonie van de VS
Het is duidelijk dat de hegemonie van de VS scheuren begint te vertonen.
Krampachtig probeert Bush nu met de krachtterm ‘islamo-fascisme’ stemming te maken. Europese landen zouden net als in de jaren ‘30 de ogen sluiten voor het opkomende fascistische gevaar. Het is een laatste stuiptrekking om de publiek opinie naar zijn hand te zetten. Het begon hoofdzakelijk als een oorlog tegen terreur. Toen deze oorlog steeds meer een negatieve klank kreeg kwam de nadruk meer te liggen op het vormen van een democratisch Midden-Oosten. Nu de door de VS afgedwongen verkiezingen in het Midden-Oosten overal leiden tot de opkomst van Islamitische bewegingen is het de strijd tegen het fascisme die we moeten aangaan.
Een belangrijke factor in de neergang van de VS is ook de onverminderde steun aan Israël. Wat Israël ook doet, het afbreken van elk vredesproces, het ombouwen van Gaza tot een grote gevangenis, het ontvoeren van Palestijnse ministers en parlementsleden, het krijgt allemaal de steun van de VS. De Bush- regering heeft vanaf haar aantreden besloten geen energie te stoppen in een oplossing van het conflict maar alle steun te geven aan Israël. Dit geeft het signaal af aan de Palestijnen, maar ook aan de gehele Arabische wereld er geen weg via overleg is naar een oplossing. Blijft over de confrontatie aan te gaan. Meer dan ooit worden de VS en Israël vereenzelvigd. De strijd tegen Israël valt zo samen met een strijd tegen de VS. Ook buiten het Midden-Oosten is er geen enkele steun voor de politiek van Bush betreffende Israël en Palestina. Integendeel, met gekromde tenen volgen Europese landen de stappen van de VS en wachten af om zodra de situatie het toelaat, hun invloed terug te winnen. Libanon geeft wat dat betreft een kans voor de EU om weer een rol van betekenis te gaan spelen.
Een tijdperk wordt afgesloten
Alles in overweging nemende staan we nu op een punt dat geconstateerd kan worden, dat de VS overal invloed en al helemaal geloofwaardigheid aan het verliezen zijn. Maar het zijn niet alleen de VS, het is ook de militaire suprematie van het Westen die aan haar einde lijkt te komen en evenzo de ideologische en culturele dominantie. De Westerse, witte intelligentsia hebben mede door een debat over waarden, voortgekomen uit de Verlichting en afgezet tegen die van de Islam, haar eigen blik vernauwd. Het zijn juist deze waarden waar het Westen zich op beroept, die door de ‘oorlog tegen terreur’ in diskrediet zijn gebracht. De vooral door het Westen geïnitieerde instituties als de VN en principes zoals neergelegd in het internationaal recht, hebben sterk aan waarde ingeboet. Een internationale orde, gebaseerd op staten, lijkt op haar retour. Naast staten zijn er steeds meer bewegingen in opkomst, die wel ‘staat binnen een staat’ genoemd worden. Niet alleen door het ontstaan van Islamitische volksbewegingen als Hamas, Hezbollah en het Mahdi leger maar ook door netwerken van multinationale ondernemingen, (semi-)militaire instellingen en delen van overheden.
Doordat de VS invloed verliezen ontstaat overal ruimte, die door anderen ingevuld wordt. Krachtsverhoudingen die lange tijd bestonden zijn aan het veranderen. Een land als China, waarvan velen zeggen dat de 21ste eeuw de eeuw van China gaat worden, houdt zich buiten de huidige conflicten en treedt weinig op de voorgrond. Zij is wel net als Rusland druk bezig haar invloed te vergroten in bijvoorbeeld Iran en Centraal-Azië, maar ook in het Midden-Oosten. China heeft niet de beladen geschiedenis zoals de VS en Europa die hebben in het Midden-Oosten; China heeft een enorme vraag naar olie om de stormachtige ontwikkeling van haar economie in gang te houden. Het beslag leggen op de olie- en gasvoorraden voor de toekomst, om daarmee de hegemonie te behouden, is de belangrijkste drijfveer voor de VS, naast de zelfverrijking van de elite binnen het militair-industrieel complex, om oorlog te voeren. De enorme uitgaven om dit te bekostigen leggen een hypotheek op de toekomst, die voornamelijk wordt afgewenteld op de gemiddelde Amerikaanse burger.
De ‘oorlog tegen terreur’ heeft de VS nauwelijks iets opgeleverd, integendeel nu 5 jaar na 9/11 kun je stellen, dat die datum het begin van het einde is van de VS als onbetwiste supermacht. Tevens heeft de ‘oorlog tegen terreur’ de relatief democratische, open Amerikaanse samenleving, die lange tijd voor velen als voorbeeld gold, veranderd in een lichte vorm van militaire dictatuur. Het militair- industrieel complex, dat te beschouwen is als een oligarchie, heeft het land meer in de greep dan ooit. Stabiliteit in de wereld is afgenomen en oorlog en terreur toegenomen. De VS maar ook Europa komen steeds meer in de greep van de angst die als gevolg heeft dat steeds meer vrijheden worden afgebouwd en controlemechanismen de plaats ervan innemen. De vraag is of de VS nu met een aanstaande oorlog tegen Iran strijdend ten onder gaan of dat de VS accepteren dat ze een deel van haar macht verliezen. De ‘gouden eeuw’ van de VS is geschiedenis. Er is een multi-polaire wereld ontstaan, waarin de VS een belangrijke rol blijven spelen, maar niet als enige de hoofdrol. De ‘maakbaarheid van de samenleving’ zoals die vroeger in de socialistische heilstaten werd vorm gegeven, bleek een illusie en leidde tot dictatuur. Hetzelfde kan nu over Bush en zijn neo-conservatieven gezegd worden.
Ed Hollants